De Hele Olifant - nieuwsbrief - juni 2021

 

Als ons leven in lijn is met de universele wetmatigheden, functioneert het optimaal, komt het overeen met wie we in essentie zijn, is het in balans en harmonie met het grotere geheel en draagt het bij aan het welzijn van alle mensen en al het leven.
‘Samenlevingen in Balans’ is de term waarmee ik verwijs naar samenlevingen waarvoor geldt dat inzicht in de werking van de universele wetmatigheden een inherent onderdeel is van alle aspecten van de cultuur.


Lieve mensen,
Hier is de nieuwsbrief van juni 2021 met de laatste ontwikkelingen rond mijn werk:  mijn twee boeken De Hele Olifant in Beeld en Samenlevingen in Balans, de vorderingen van het werk aan mijn volgende boek(en), mijn streven bij te dragen aan meer bekendheid rond de universele wetmatigheden, wat allemaal begon met mijn intentie om bij te dragen aan de transformatie van leren en onderwijs, zodat het overeenkomt met wie we in essentie zijn. En dit alles op zo’n manier dat het bijdraagt aan het welzijn van alle mensen en de Natuur wereldwijd, niet alleen op de korte termijn, maar vooral ook op de lange termijn en dus ook voor de komende zeven generaties.


Culturele zelforganisatie in het Vrouwenvredeskamp Greenham Common 
In deze nieuwsbrief beschrijft ik de verschillende aspecten die vormen van zelforganisatie mogelijk maakten in het Vrouwenvredeskamp Greenham Common in de 1980 jaren.
Interview over 'De Hele Olifant in Beeld' 
Verder kan ik vertellen dat ik een paar weken geleden ben geïnterviewd naar aanleiding van mijn boek 'De Hele Olifant in Beeld'. De video van dit interview wordt beschikbaar gesteld aan geïnteresseerde ouders die thuisonderwijs aan hun kinderen geven. Dus hopelijk zal het er aan bijdragen dat hun kinderen iets gaan leren over de universele wetmatigheden.
Het werk aan het derde boek 
Verder ben ik de afgelopen tijd nogal afgeleid geweest van mijn werk aan het derde boek, maar hopelijk vind ik daar binnenkort weer tijd voor. Iedereen die daar op dit moment al naar uitkijkt kan in deze nieuwsbrief alvast lezen over een inspirerend voorbeeld van zelforganisatie zoals dat in de praktijk heeft gewerkt in het Vrouwenvredeskamp Greenham Common in Engeland in de 1980 jaren.
Een uitnodiging voor 10 juli in Den Haag
Tot slot kan ik melden dat ik ben uitgenodigd om op zaterdag 10 juli in Den Haag over mijn beide boeken te komen spreken. Helaas is nog niet alle informatie daarover bekend. Voor wie geïnteresseerd is, is er in de agenda onderaan deze nieuwsbrief een email adres te vinden van de vrouw die het organiseert.


Wat is het pad naar Samenlevingen-in-Balans? 
Wat is er nodig om een gemeenschap te laten ontstaan die meer in lijn is met de universele wetten? Of wat is er nodig voor zelforganisatie? Kortom, wat is het pad naar Samenlevingen-in-Balans? Het meest directe antwoord op deze vragen gaf ik al in mijn vorige nieuwsbrief (nieuwsbrief van maart 2021) en in mijn boek Samenlevingen in Balans, namelijk dat hierbij de staat van bewustzijn primair is. Anders gezegd: Hoe ruimer ons bewustzijn des te meer hebben we innerlijk contact met de werking van de universele wetten en met de wens om in lijn daarmee te handelen en hoe ruimer ons bewustzijn des te beter werkt zelforganisatie.
Betekent dat, dat we zouden moeten wachten totdat een bepaalde groep mensen een voldoende ruim bewustzijn heeft of kan er al iets in die richting ontstaan voordat iedereen een persoonlijke transformatie van bewustzijn heeft doorgemaakt? Zijn er hier voorbeelden van waarvan we kunnen leren en ons voordeel doen? In deze nieuwsbrief beschrijf ik zo’n voorbeeld enerzijds gebaseerd op mijn eigen ervaringen en anderzijds op basis van onderzoek van Sasha Roseneil, professor in de sociologie in Engeland.


Een persoonlijke ervaring van bijna  40 jaar geleden
In december 1983 tijdens het hoogtepunt van de internationale protesten tegen het plaatsen van kruisraketten in Europa, ging ik voor een week naar het Vrouwenvredeskamp Greenham Common in Engeland dat daar toen al meer dan twee jaar bestond bij de USAF basis als protest tegen de plaatsing van kruisraketten in Europa. Het Vrouwenvredeskamp Greenham Common, dat vanaf 1 september 1981 bestond en gedurende 10 jaar heeft bestaan en waar vele tienduizenden vrouwen van over de hele wereld kortere of langere tijd hebben gewoond, was de grootste mobilisatie van vrouwen in Groot-Brittannië sinds de campagnes van de suffragettes voor vrouwenkiesrecht in het begin van de twintigste eeuw.
Hier is het
Toen ik daar aankwam in het donker en in het bos een groep vrouwen rond een kampvuur zag zitten, zette ik mijn rugzak af en zette die tegen een boom. Precies op dat moment hoorde ik een innerlijke stem zeggen “Hier is het.” In die tijd was ik niet gewend een innerlijke stem te horen. Bovendien had ik geen idee wat er bedoeld werd. Ik wist wel dat die innerlijke stem niet bedoelde dat ik het kamp gevonden had, dus Wat was hier? Hoewel ik was gekomen voor een week, bleef ik drie weken en na thuis in Nederland het nodige te regelen en ben ik vervolgens voor onbepaalde tijd  teruggegaan om te ontdekken ‘Wat daar was? En heb ik ongeveer een jaar in het Vrouwenvredeskamp Greenham Common – kortweg Greenham - gewoond.
Hoe wisten ze hoe het werkt?
Gedurende het jaar dat ik daar woonde, werd me duidelijk wat daar was: het was de zeer bijzondere manier waarop de op dat moment ongeveer 200 vrouwen daar samenleefden. Ik had geen naam voor die organisatievorm, maar was er zeer van onder de indruk, niet alleen omdat het in de praktijk heel goed werkte, maar vooral ook omdat het voor mij volkomen onbekend was maar tegelijkertijd ook heel vanzelfsprekend voelde. Op een bepaald moment was de vraag in me opgekomen, hoe de vrouwen die hier woonden eigenlijk wisten hoe sommige inheemse culturen zich organiseerden. Maar direct daarna vroeg ik me af hoe ik dat dan zelf leek te weten, althans op basis waarvan ik dacht dat deze manier van sociale organisatie zo veel overeenkomsten had met de manier waarop sommige inheemse volken leefden. Waar kwam die wijsheid vandaan? Toen ik na een jaar weer vertrok, had ik geen concreet antwoord op deze vragen, maar was er wel weer opnieuw die innerlijke stem in mij. Dit keer hoorde ik “In ieder geval weet ik nu wat ik de rest van mijn leven zoek.”
Vele kenmerken van zelforganisatie
Inmiddels, op basis van mijn inzichten in de universele wetten, kennis van de egalitaire organisatievormen van Samenlevingen-in-Balans en de principes van zelforganisatie, kan ik zeggen dat de manier waarop het leven in Greenham was georganiseerd vele kenmerken had van zelforganisatie. Lange tijd bleef ik me echter afvragen hoe we wisten hoe dat werkte en waarom ik dat tot nu toe niet ook ergens anders ben tegengekomen. Dus wat was hier het geheim? Ik realiseerde me dat een jaar leven in het kamp nog geen garantie was, om een groter overzicht te hebben over alle processen die daar een rol bij speelden. Terwijl over het Vrouwenvredeskamp Greenham Common vele artikelen en ook een aantal boeken zijn geschreven, bracht me dat tot nu toe ook niet dichter bij het antwoord.
Het onderzoek van Sasha Roseneil
Maar onlangs vond ik een tweedehands exemplaar van het al lange tijd uitverkochte boek ‘Common Women, Uncommon Practices’ (2000) geschreven door Sasha Roseneil. Zij woonde als 17-jarige in de zelfde tijd als ik in het kamp en is inmiddels een Britse professor in de sociologie, en afgestudeerd op een onderzoek naar de unieke cultuur en de sociologische betekenis van Greenham. Haar onderzoek betreft enerzijds de sociologische betekenis die Greenham heeft gehad voor de tienduizenden vrouwen die in Greenham hebben gewoond. Anderzijds probeert ze ook de sociologische, politieke en culturele betekenis te begrijpen die het kamp heeft gehad voor de toen aanwezige samenleving. Dergelijk onderzoek vrij uniek, want zo schrijft ze “… veel theoretici van sociale bewegingen wijzen op kwesties van identiteit, levensstijl en persoonlijke autonomie als bepalende kenmerken van de ‘nieuwe’ sociale bewegingen. Echter ondanks deze erkenning op het theoretisch niveau betreffende het wezenlijke van deze zaken, is er relatief weinig empirisch sociologisch onderzoek geweest dat zich richt op de ervaringen van betrokkenheid en de transformatie van bewustzijn en identiteit dat plaatsvindt binnen sociale bewegingen.” Sasha Roseneil heeft voor haar onderzoek tussen 1989 en 1991 in totaal 35 vrouwen geïnterviewd die toen al enige jaren niet meer betrokken waren bij Greenham en over haar onderzoek heeft ze twee boeken geschreven (behalve het al genoemde boek ook al eerder het boek Disarming Patriarchy, 1995). Door het lezen van die twee boeken, kon ik niet alleen mijn eigen ervaringen beter plaatsen, maar lukte het me ook om enig inzicht in de processen en basisprincipes te krijgen.
Niet een van te voren bedacht plan
In haar twee boeken, beschrijft Sasha op basis van haar onderzoek en haar inzichten in de sociologische context onder andere de geschiedenis van het kamp en hoe Greenham vorm kreeg op basis van het geheel van beslissingen van duizenden individuele vrouwen. Wat zo allereerst duidelijk wordt is dat er geen vooropgezet plan was om een Vrouwenvredeskamp te beginnen, laat staan dat er een van te voren bedacht plan was over hoe het vorm te geven. Voorafgaand aan het kamp vond een Vrouwenvredesmars van 120 mijl van Cardiff in Wales naar Greenham Commen in Zuid Engeland plaats als protest tegen de plannen voor het plaatsen van kruisraketten op de USAF basis Greenham Common waar de eerste kruisraketten in Europa geplaatst zouden worden. Toen de vredesmars nauwelijks media-aandacht had gekregen, besloten de 39 deelnemers toen ze eenmaal bij de basis waren aangekomen, spontaan om daar te blijven in de hoop om daardoor wel media aandacht voor hun protest te krijgen. Zo ontstond het kamp en na een week besloten de mensen die er toen waren om voor onbepaalde tijd te blijven. In het verlengde van de Vrouwenvredesmars, dat een initiatief was geweest van vrouwen en waaraan ook een aantal mannen deelnamen ter ondersteuning, noemden ze het kamp het Vrouwenvredeskamp, hoewel er gedurende de eerste  5 maanden ook een aantal mannen in het kamp woonden. Niemand had toen vermoed dat het kamp er gedurende 10 jaar zou blijven.


Twee gemeenschappelijke doelen
Terwijl vanaf het begin het doel duidelijk was, is het eerste bijzondere dat het kamp vanaf het begin in feite twee gezichten had, namelijk een interne en een externe en daarmee samenhangend ook twee gemeenschappelijke doelen. Enerzijds was er het naar buiten gerichte doel, namelijk om acties te voeren tegen het besluit om kruisraketten te plaatsen, tegen het nucleaire militarisme in het algemeen en in bredere zin om de patriarchale sociale relaties ter discussie te stellen. Dit was het doel waarom veel vrouwen - en ook ikzelf – in eerste instantie naar Greenham kwamen en het was de belangrijkste verenigende factor achter het bestaan van Greenham.
Het interne doel
Anderzijds  was er echter ook een naar binnengericht doel, en dat was om in het kamp – nu daar toch op de een of andere manier samengeleefd werd –  te proberen om op een heel andere, nieuwe manier samen te leven en om zo al doende in feite vorm te geven aan een nieuwe manier van leven in een gemeenschap. Dit was een experiment rond het vormgeven van de interne organisatie zowel om het kamp te kunnen handhaven als om voor de continuïteit te zorgen. Waarom dit tweede doel belangrijk was beschrijft Sasha zo: “Greenham was daardoor niet alleen een plek, maar ook een houding ten opzichte van het leven, een aantal ideeën en manieren van denken over hoe we zouden willen leven als individuen en als gemeenschap. Deze ideeën over wat moreel juist en goed is vormden de ondersteuning van Greenham’s experiment in alternatieve manieren van leven en gaven vorm aan de acties die vrouwen ondernamen.”  
De twee doelen waren nauw met elkaar verweven
De twee doelen waren nauw met elkaar verweven. Enerzijds hing de confrontatie van Greenham met de buitenwereld af van de manier waarop de vrouwen samenwerkten om een sterke collectiviteit te vormen en anderzijds had de confrontatie met de buitenwereld effect op hoe de vrouwen samenwerkten en hun dagelijks leven vorm gaven. Sasha concludeert dat in de praktijk het tweede doel zeer fundamenteel bleek en bijna een voorwaarde voor het eerste doel. Omdat vrouwen in Greenham al doende een model creëerden voor hoe mensen op een andere manier in een samenleving zouden kunnen leven, was Greenham voor sommige vrouwen dan ook niet in de allereerste plaats een plek voor antikernwapen protest maar eerder een mogelijkheid om te leven in een radicale, feministische gemeenschap.
Een vrouwengemeenschap
Vanaf de start was het kamp een open en dynamische gemeenschap waar iedereen die zich wilde aansluiten welkom was: je kon een paar uur op bezoek komen, af en toe een weekend blijven of voor langere tijd in het kamp gaan wonen. Maar toen na de eerste 5 maanden besloten werd dat het Vrouwenvredeskamp een kamp alleen voor vrouwen zou zijn en de paar aanwezige mannen verzocht werden om te vertrekken, kwamen er steeds meer vrouwen min of meer permanent wonen. “Als een vrouwengemeenschap, waar vrouwen een idee van eigenaarschap, deelname en collectieve en persoonlijke kracht konden ervaren, oefende Greenham een voelbare aantrekkingskracht uit om daar bij betrokken te raken. De sociale en culturele aspecten van Greenham – de sterke vriendschappen, de toevallige ontmoetingen, de intense discussies, het zingen, dansen en de lol van het dagelijks leven en het spannende van de acties – maakte dat vrouwen er bleven wonen en er naar terugkwamen.” En zo schrijft ze, “Ik benadruk altijd de veranderlijkheid, reflexiviteit en openheid voor verandering, het omarmen van verschil, diversiteit en conflict van Greenham, (…) de humor, het plezier en genieten dat centraal stond in Greenham… en de passie van het ‘samenkomen’…”


De context van die tijd
Hoe het mogelijk was dat dat zo ontstond verklaart Sasha enerzijds door het Vrouwenvredeskamp in een historische context en in de context  van de politieke bewegingen van de jaren 1980s te plaatsen.
Het was niet alleen de tijd van een sterke vrouwenbeweging tijdens de tweede feministische golf, maar ook een periode van massale protesten en het opbloeien van alternatieve culturen. En het was de tijd van massale antikernwapen protesten in heel Europa, de Verenigde Staten en Australië als reactie op het willen plaatsen van kruisraketten in Europa gericht op de USSR, een besluit dat premier Margaret Thatcher van Groot-Brittannië en president Ronald Reagen van de Verenigde Staten hadden genomen, zonder dat daar een open debat of een democratische besluit aan voorafgegaan was.
Een erfenis van het feminisme, anarchisme, socialisme en pacifisme
“In grote lijnen kreeg Greenham vorm op basis van de mogelijkheden die gecreëerd waren door vier onderling verbonden erfenissen van verzet tegen onderdrukking en onrecht: het feminisme, anarchisme, socialisme en pacifisme,”  schrijft Sasha. De erfenis van het feminisme was allereerst het belang dat gehecht werd aan het feit dat vrouwen zelf de controle namen over hun leven. Daarnaast vormde het basisorganisatieprincipe in de vorm van kleine autonome, niet-hiërarchische groepen afkomstig van de vrouwenbeweging, de organisatiestructuur voor het Vrouwenvredeskamp Greenham Common dat na enige tijd bestond uit verschillende kleine kampen bij de verschillende poorten naar de USAF basis. De erfenis van het anarchisme was het afwijzen van hiërarchie en overheersing, en het geloof in een gedecentraliseerde, zelforganiserende gemeenschap van individuen op basis van persoonlijke verantwoordelijkheid. De erfenis van het socialisme was een commitment aan gelijkwaardigheid, internationalisme en gemeenschappelijkheid. De erfenis van het pacifisme tenslotte was het verwerpen van het idee dat ‘might is right’, en het geloof in burgerlijke ongehoorzaamheid en geweldloze directe actie als manieren om sociale en politieke verandering te bereiken. In Greenham werden al deze aspecten van de verschillende tradities samen geweven via de verbeelding van de betrokken vrouwen, terwijl er al doende ook nieuwe aspecten aan toegevoegd werden.
Tegelijkertijd was Greenham uniek
Anderzijds was de manier waarop Greenham georganiseerd was, niet een kopie van iets dat al elders bestond maar uniek en in de praktijk op basis van ervaringen vormgegeven, stelt Sasha. Wat daarbij een belangrijke factor was, wat dat leven in Greenham betekende ‘buiten’ leven, zowel in letterlijke zin (en dus zonder huis, TV, elektriciteit, water ed.) als overdrachtelijk buiten de bestaande sociale patronen en structuren van gezin, huishouden en wijken, en vooral ook buiten de bestaande normen van de samenleving en daardoor ook buiten het patriarchaat. Het patriarchaat beschrijft ze als het systematische, geregelde en relatief stabiele, maar historisch specifieke patroon van de relaties tussen de geslachten in de vorm van mannelijke dominantie en vrouwelijke ondergeschiktheid.
Het onderzoek van historica Riane Eisler, zoals ze dat beschreven heeft in haar bekende boek De Kelk en het Zwaard (1987) laat zien dat deze ongelijkheid tussen mannen en vrouwen het essentiële verschil is tussen wat zij noemt dominatorsamenlevingen en parterschapsamenlevingen en dus tussen wat ik noem Samenlevingen-uit-Balans en Samenlevingen-in-Balans. Omdat beide soort samenlevingen elkaar uitsluiten, is het juist het feit dat Greenham zich ook buiten de bestaande sociale patronen en structuren plaatste een belangrijke factor voor het kunnen ontstaan van een vorm van zelforganisatie.
Een tijd en plaats waar levens op de kop gezet werden
Juist omdat leven in Greenham betekende ‘buiten’ leven in letterlijke en overdrachtelijke zin, was het een tijd en plaats waar zekerheden ter discussie gesteld werden, waar seksuele geaardheid mocht zijn wat het was en waar nieuwe meningen, nieuwe identiteiten en nieuwe manieren van denken onderzocht werden, en het was een leven zonder beperking van roosters. Kortom het was een tijd en plaats waar levens op de kop gezet werden. Het was bovendien een leven vol ontmoetingen met interessante vrouwen en een leven van naar elkaar luisteren, van leren, reflecteren, verbeelden en uitvinden. “Buiten de ‘realiteiten’ van het normale leven met de daarbij horende verwachtingen en beperkingen, weg van de context van familie en werk, en deel wordend van een gemeenschap van vriendelijke vreemdelingen, openden vrouwen zich voor verandering.” schrijft Sasha en, zo voegt ze daaraan toe, “Greenham eiste verandering. Het leven in Greenham vereiste openheid, flexibiliteit en reflexiviteit. Grenzen werden vloeibaar en voortdurend in beweging. Levens waren in een stroom en overgang.”


De ontwikkeling van gemeenschappelijke waarden
Terwijl er in Greenham geen regels waren, heeft Sasha Roseneil op basis van haar sociologische onderzoek vastgesteld dat Greenham een eigen cultuur kende en dat een van de belangrijkste aspecten hiervan de ontwikkeling van een eigen speciale set van gemeenschappelijke waarden of basisprincipes was. Deze gemeenschappelijke waarden waren diep ingebed in de collectieve identiteit van Greenham en bepaalden zowel de vorm van het dagelijks interne leven in het kamp als de naar buitengerichte acties. Deze waarden waren niet ergens van overgenomen. Juist omdat de situatie waar de vrouwen in Greenham mee te maken had uniek was, waren de bestaande politieke tradities (feminisme,  anarchisme, socialisme, ed.) alle ontoereikend voor hun project – het bouwen van een gemeenschap van vrouwen die actie voerde tegen kernwapens en de dominante relatie tussen mannen en vrouwen ter discussie stelde. De situatie in Greenham vereiste een nieuwe benadering en daarom moesten de vrouwen in Greenham hun eigen set van gemeenschappelijke waarden als leidraad voor hun manier van leven en hun acties ontwikkelen.
De ontwikkeling van de set van gemeenschappelijke waarden
Er waren echter geen vergaderingen die speciaal gewijd waren om deze waarden of basisprincipes te ontwikkelen of op te schrijven in de vorm van regels, principes of beleid. In plaats daarvan waren ze geleidelijk en in de praktijk ontstaan op basis van hoe de vrouwen in het kamp leefden. Discussies over de juiste manier om dingen te doen waren een integraal onderdeel van het dagelijks leven, tijdens informele gesprekken bij de afwas en rond het vuur, en als onderdeel van vergaderingen. “De levendige cultuur, die in Greenham vorm kreeg als een proces in wording, was het collectieve resultaat van alle betrokkenen, aangezien zij die er dagelijks mee te maken hadden het bepaalden en vorm gaven,” schrijft ze. De basisprincipes waren nooit bewust of expliciet geformuleerd en betrof een vloeiende benadering van ethiek, die bewust enigszins vaag, relatief flexibel en informeel was. Ze werden ook niet expliciet verteld aan nieuwkomers, maar die ontdekten ze vanzelf als ze een tijdje in het kamp waren of een onderdeel waren van het bredere Greenham netwerk. En dat was ook mijn ervaring en mogelijk één van de redenen dat ik,ondanks het jaar dat ik daar heb gewoond, niet echt goed in staat was om ze te formuleren.
Een organisatiestructuur gebaseerd op waarden
Maar zo stelt Sasha in overeenstemming met mijn ervaring, het feit dat de ethiek van Greenham niet was opgeschreven, maakte het niet minder echt. Het was een belangrijk onderdeel van dat wat het leven in Greenham vorm gaf en continuïteit verschafte, terwijl individuele vrouwen kwamen en gingen. Het waren deze gemeenschappelijke waarden van Greenham die de duizenden vrouwen die in de loop van de tijd onderdeel waren van Greenham met elkaar verbond. “Een Greenham vrouw zijn betekende min of meer het accepteren van de gemeenschappelijke waarden van Greenham, “ schrijft ze. Hier herken ik een belangrijk aspect van wat ik in mijn boek Samenlevingen in Balans schrijf:  ik leg in dat boek uit hoe binnen een samenleving een aantalculturele aspecten onlosmakelijk met elkaar verbonden zijnen hoe onze staat van bewustzijn, onze (culturele) overtuigingen, onze waarneming en ons wereldbeeld samen onze (culturele) waarden bepalen en dat onze  culturele waarden op hun beurt onze prioriteiten en maner van leven bepalen en de basis vormen voor de organisatievorm van die samenleving. In overeenstemming hier mee vormde de speciale set van gemeenschappelijke waarden die uit het onderzoek van Sasha Roseneil naar boven komt de basis voor de manier van organisatie van Greenham, die in veel opzichten leek op zelforganisatie.
De 11 gemeenschappelijke waarden
Sasha noemt in haar boek Disarming Patriarchy als gemeenschappelijke waarden de volgende zaken:
1. Het principe van women-only
2. De keuze voor geweldloosheid
3. De verwerping van hiërarchie
4. Respect voor verschil, diversiteit en individualiteit
5. Persoonlijke autonomie en persoonlijke verantwoordelijkheid, samen met een nadruk op goede onderlinge relaties
6. Gemeenschappelijkheid
7. Zorg voor de (natuurlijke) omgeving
8. Openheid voor verandering
9. Het plezier principe
10. Het belang van het niet-rationele
11. De waarde die gehecht werd aan het hier en nu, die ook een democratie in het hier en nu mogelijk maakte.
Hieronder zal ik nader ingaan op al deze waarden, maar op basis van mijn inzicht in de universele wetmatigheden en culturele zelforganisatie, gebruik ik daarvoor een iets andere indeling.


Geen regels, maar… toch wel een paar
De eerste drie gemeenschappelijke waarden die Sasha noemt – women-only, geweldloosheid en geen hiërarchie – nemen hierbij een aparte plaats in, want terwijl het in feite leek alsof het de ethiek van Greenham was, dat er helemaal geen regels waren, was dat niet helemaal zo. Na de eerste 5 maanden van het kamp werden er namelijk tijdens een speciale vergadering alleen voor vrouwen in februari 1982 een paar belangrijke besluiten genomen in de vorm van deze drie regels, die niet alleen voorwaarde scheppend waren voor het kunnen ontstaan van zelforganisatie, maar ook zeker hebben bijgedragen aan de stabiliteit van Greenham, waardoor het kamp 10 jaar lang heeft kunnen bestaan.
De transformatie van Greenham tot een kamp alleen-voor-vrouwen
Deze allereerst women-only vergadering was bijeengeroepen enerzijds rond het feit dat het kamp weliswaar een Vrouwenvredeskamp werd genoemd, maar er ook enkele mannen woonden en dus rond de vraag Wat betekende het eigenlijk dat het kamp ‘Vrouwenvredeskamp’ werd genoemd? Sommigen vrouwen die naar Greenham kwamen gingen in die tijd snel ook weer weg juist omdat het niet women-only was, terwijl anderen bleven maar er regelmatig discussies over begonnen. Anderzijds was de concrete aanleiding voor deze vergadering dat een aantal interne conflicten zich leken toe te spitsen rond het problematische gedrag van aanwezige mannen: enerzijds deden ze niet hun gelijke deel van het koken en afwassen in het kamp, maar trachten in plaats daarvan vrouwen terug te plaatsen in hun traditionele rollen en anderzijds hadden sommigen geweld gebruikt naar de politie en naar vrouwen in het kamp. Na zeer lange discussies werden aan het einde van deze vergadering op basis van consensus van alle aanwezige vrouwen drie ingrijpende besluiten genomen:
1. Vanaf dat moment zou het kamp werkelijk een vrouwenkamp zijn: er zouden alleen vrouwen in Greenham wonen en alle toekomstige acties zouden women-only acties zijn zonder de invloed van mannen. Dat maakte het mogelijk dat vrouwen zelf konden beslissen hoe ze die acties wilden doen. Wat dat in de praktijk betekende was, dat de aanwezige vrouwen er voor kozen dat ze in plaats van een langdurige strijd te beginnen om het gedrag van de mannen te veranderen, ze de aanwezige mannen verzochten om te vertrekken. Vanaf dat moment waren mannen alleen nog welkom als bezoekers overdag maar niet meer nadat het donker was.
2. Tegelijkertijd werd besloten dat het kamp – als vredeskamp - geweldloos zou zijn en dus dat gebruik van geweld naar politie en militairen en natuurlijk ook onderling geweld taboe zou zijn.
3. En er werd expliciet besloten dat er in het kamp geen hiërarchie zou bestaan en dat er geen leiders zouden zijn. In plaats daarvan zouden alle vrouwen in Greenham beschouwd worden als gelijkwaardig ongeacht of ze daar slechts een paar uurtjes op bezoek waren, daar af en toe een weekend doorbrachten of daar langere tijd achter elkaar woonden.
Een optie voor gelijkwaardigheid binnen een patriarchale context
Het is belangrijk om dit besluit, waardoor het Vrouwenvredeskamp ook werkelijk een vrouwenkamp werd, te zien in de context van die tijd: in die periode - begin jaren 1980 – benadrukte de vrouwenbeweging de noodzaak van autonome women-only organisaties en sociale ruimtes. Er waren vrouwenhuizen, vrouwenpraatgroepen, vrouwenboekwinkels en vrouwencafé’s als een manier om voor vrouwen gelijkwaardigheid mogelijk te maken binnen de bestaande patriarchale cultuur, waarin mannen dominant zijn en van vrouwen verwachten dat ze slechts traditionele vrouwenrollen zouden vervullen. Verder was er het argument dat een women-only omgeving het zelfvertrouwen van vrouwen ondersteunde en stimuleerde dat vrouwen in hun kracht gingen staan. “Het was de beschikbaarheid van dit idee dat de transformatie van Greenham prikkelde van een klein, door vrouwen geïnitieerde maar gemengd vredeskamp tot een grote women-only gemeenschap en beweging,” legt Sasha uit.
Een bewuste keuze voor vrouwen en een alternatieve manier van leven
Tegelijkertijd was het een  bewuste keuze vóór vrouwen, en daarmee een keuze die de bestaande culturele waarden, die prioriteit gaven aan de behoeften van mannen boven die van vrouwen ter discussie stelde. Het bood vrouwen gelegenheden en ervaringen die ze waarschijnlijk niet kregen in een gemende omgeving. Ook maakte het women-only besluit het mogelijk dat de stem van ‘gewone vrouwen’ werd gehoord. Het waren nu alleen vrouwen die met de autoriteiten spraken waardoor de praktijk liet zien dat je daarvoor geen expert hoefde te zijn en dat vrouwen in staat waren om besluiten te nemen in de soms gevaarlijke situaties waarmee ze werden geconfronteerd. Veel vrouwen die Sasha interviewde voor haar onderzoek zeiden dat ze zich in Greenham ‘vrijer’ en bewuster van hun eigen kracht en autonomie hadden gevoeld dan ooit daarvoor in hun leven.
Ze stelt dat het in feite kwam neer kwam op het creëren van een ruimte voor vrouwen om zichzelf te ontwikkelen en uit te drukken en om tegelijkertijd te laten zien dat er alternatieve manieren van werken en organiseren zijn in plaats van de hiërarchische, door mannen gedomineerde samenleving. Uit haar onderzoek komt niet naar voren dat er vrouwen waren die op de hoogte waren van organisatievormen van inheemse culturen, maar wel dat sommige vrouwen wisten dat in verschillende inheemse culturen women-only gebeurtenissen en momenten heel gebruikelijk zijn, terwijl dat in feite ontbreekt in onze westerse patriarchale samenleving.
Uiteindelijk bepalen zij die er dagelijks mee te maken hebben het
Na het besluit in februari 1982 werd er nog in vele vergaderingen in het kamp opnieuw over de women-only kwestie gepraat voordat het uiteindelijk een van de basisprincipes van Greenham werd. De vrouwen die in het kamp leefden ervoeren persoonlijk een toenemende gevoel van persoonlijke kracht, veel nieuwe vrouwen die naar Greenham kwamen accepteerden de nieuwe situatie en veel vrouwen raakten betrokken bij Greenham juist omdat het nu women-only was, met als gevolg dat na dit besluit Greenham begon te groeien zowel in grootte als in invloed. Uiteindelijk werden de besluiten van februari 1982 de enige basisprincipes die niet langer ter discussie stonden. Zij die het er niet mee eens waren blijven weg. Sasha vat het zo samen: “Het women-only ‘beleid’ was de enige harde en vaste regel op Greenham en het werd het middelpunt van de collectieve identiteit van het kamp. Het feit dat het kamp exclusief voor vrouwen was, werd een krachtige bevestiging van de waarde van vrouwen en van het geven van prioriteit aan de wensen, ideeën en keuzes  van vrouwen in een cultuur die de neiging heeft om de wensen van mannen boven die van vrouwen te stellen.”  


Geweldloosheid  
Het tweede besluit dat tijdens de gedenkwaardige vergadering werd genomen was dat in Greenham geen geweld zou worden gebruikt, niet in het dagelijks leven in het kamp en niet tijdens acties, zelfs niet bij confrontaties met geweld van politie of soldaten. Dit besluit was mede gebaseerd op de erkenning dat er sociaalbepaalde verschillen bestaan tussen mannen en vrouwen wat betreft de relatie tot geweld (het feit dat het veel waarschijnlijker was dat mannen geweld tussen personen gebruiken dan vrouwen en dat vrouwen te maken hebben met een grote hoeveelheid geweld van mannen). Sasha benadrukt dat dat niet betekent dat men geloofde dat vrouwen van nature geen geweld gebruiken, maar dat geweldloosheid werd beschouwd als een politiek principe dat bewust kon worden gekozen. Door deze bewuste keuze in de praktijk te brengen werd het alom geaccepteerde gebruik van dwang en geweld in de samenleving als een vorm om dominantie in stand te houden, zowel op het niveau van individuen als van staten, ter discussie gesteld.  “De essentie van de ethiek van Greenham was de waarde die gehecht werd aan het leven (…) in tegenstelling tot de  focus van het nucleair militarisme op dood en destructie,” schrijft Sasha. Dat was een tweede verenigend thema.


Geen hiërarchie, wel gelijkwaardigheid en deelname
En in lijn daarmee werd expliciet besloten dat er in het kamp geen hiërarchie en geen leiderschap zou zijn. Centraal bij de waarden van Greenham was een krachtige afwijzing van hiërarchie en een ethiek van deelname en gelijkwaardigheid. Ook hiërarchie gebaseerd op hoe lang vrouwen al in het kamp waren en tussen vrouwen die er woonden en zij die regelmatig op bezoek kwamen werd nadrukkelijk verworpen. In plaats daarvan werden alle vrouwen in Greenham beschouwd als gelijkwaardig ongeacht of ze daar slechts een paar uurtjes op bezoek waren, daar af en toe een weekend doorbrachten of daar langere tijd achter elkaar woonden. Het recht om deel te nemen aan het leven in het kamp en aan de besluitvorming was niet iets dat verkregen werd door een bepaalde tijd in het kamp te zijn. Je was een Greenham vrouw door deel te nemen aan Greenham. In plaats van op basis van hiërarchie en leiders werd Greenham georganiseerd rond de overtuiging dat de bijdrage van iedereen waardevol was. Men stelde vast dat deelname vele vormen kende en dat de capaciteiten, omstandigheden en wensen van de verschillende vrouwen verschilden, maar er was geen plek voor toeschouwers of papieren leden.
Nauwkeurig onderzoek naar machtsdynamiek en ontstane gewoontes
Tegelijkertijd was het in de praktijk brengen hiervan een experiment. Er was zowel scepsis ten opzichte van alle autoriteiten en er was en grote mate van gevoeligheid voor iedere hiërarchie die zich leek te vormen samen met een geloof in het belang van het zelf creëren van morele en ethische codes. “Om te kunnen leven aan de hand van een ethiek die waarde hechte aan deelname en gelijkwaardigheid en die hiërarchie afwees,” zo benadrukt Sasha, “vonden de vrouwen het van essentieel belang om de machtsdynamiek en politieke implicaties van (bijna) alles wat ze deden te onderzoeken.” De waarde die werd gehecht aan individualiteit, onderlinge verschillen, reflexiviteit en openheid naar verandering betekende in de praktijk dat er belang werd gehecht aan het ter discussie stellen van ontstane gewoontes en opvattingen en aan voortdurend onderzoeken en uitwisselen van verschillende meningen. Sasha vat het  zo samen: “… veel vergaderingen waren gewijd aan een collectieve analyse van de problemen, in het bijzonder als die verband leken te houden met klasse verschillen. Het commitment tot reflexiviteit, zelfonderzoek en open gesprekken hielp polariteit bij discussies voorkomen en de voortdurende doorstroom van de kamppopulatie droeg ook bij om spanningen te verzachten, maar op sommige momenten was een conflict hierover zeer intens.”
Consensus
Tegelijkertijd was het experimenteren met niet-hiërarchische manieren van besluitvorming over bijvoorbeeld acties en geld. Vanaf het allereerste begin van het kamp was er een verlangen dat iedereen zoveel mogelijk bij de besluitvorming betrokken was, dat besluiten gemeenschappelijk, open en op basis van consensus genomen werden.  In plaats van de idealen van een representatieve democratie te volgen, hechtte men waarde aan het anarchistische idee dat de macht om politieke besluiten te nemen en te handelen voortdurend uitgeoefend zou worden door alle individuen op basis van de erkenning van hun persoonlijke verantwoordelijkheid voor hun eigen macht. In de praktijk betekende dat, dat er een commitment was om uitvoerig over problemen en besluiten te praten, soms zelfs heel lang en om altijd alles uit te praten, zodat iedereen die daarbij betrokken wilde zijn, daarbij betrokken kon zijn.
Naar elkaar luisteren
“De filosofie van democratie op basis van de meerderheid van stemmen, waarbij van minderheden verwacht wordt om de besluiten op basis van de meerderheid te accepteren, was verworpen en er werd nooit gestemd.” In plaats daarvan was er een gedragscode voor vergaderingen, waarbij iedereen de gelegenheid kreeg om haar mening in te brengen, waarbij er niet alleen volop ruimte was voor verschillende meningen, maar er ook een positieve waarde gehecht werd aan het inbrengen van afwijkende meningen, zodat zoveel mogelijk alle verschillende perspectieven ingebracht konden worden, om op basis van dat alles tot consensusbesluiten te komen waar iedereen gelukkig mee was. Dus in de praktijk waren er zeker wel een paar regels, zoals naar elkaar luisteren zonder elkaar in de rede te vallen en het accepteren en respecteren van verschillende ideeën. Niet altijd ging het goed, en soms ontstond er een heftig debat, maar vanaf het begin was er de intentie om werkelijk naar elkaar te luisteren en in de meeste vergaderingen was dat zo en werd iedereen met respect behandeld. Kortom, er waren geen comités of iets dat daar op leek, maar iedereen droeg bij en alles werd gedaan op basis van consensus. In de praktijk werkte dat heel goed. Ik herinner me dat het zelfs vaak zo was dat, nadat iedereen aan het woord was geweest en alles gezegd was dat gezegd wilde worden, het zelfs niet nodig was om een consensusbesluit te nemen. In plaats daarvan was het voldoende dat iedereen wist wat de verschillende meningen waren om op basis daarvan zo te handelen dat voorkomen werd dat iemand daar niet blij mee was.
De vele ontruimingen
Een ander aspect dat op een gegeven moment een rol speelde bij het creëren van gelijkwaardigheid in Greenham, was het feit dat vanwege de vele ontruimingen – in 1984 soms dagelijks en soms zelfs vaker dan één keer per dag - het noodzakelijk was om individuele bezittingen tot het minimum te beperken en er mede daardoor tegelijkertijd een grote nadruk was om dat wat er wat met elkaar te delen. Dit maakte mogelijke individuele neigingen om bezit te verzamelen in welke vorm dan ook met mogelijk daaraan gekoppelde ongelijkwaardigheden in de praktijk weinig zinvol.


Maar desondanks was er wel enige hiërarchie
Ondanks een bewust afwijzen van hiërarchie en het bewuste gebruik van technieken om het ontstaan daarvan tegen te gaan, bleken er krachten werkzaam waardoor er in de praktijk toch sprake was van enige hiërarchie, zowel tussen het kamp en het wijdere netwerk van Greenham  als binnen het kamp zelf tussen ‘Yellow Gate’ (het kamp bij de hoofdingang van de USAF basis) en de rest van de kampen.
Gedeeltelijk door externe factoren
Sasha Roseneil legt uit dat hierbij voor een deel externe factoren een rol speelden. Terwijl het standpunt van de Greenham vrouwen was dat gelijkwaardigheid ook betekende dat geen enkele persoon zou kunnen spreken namens de hele Greenham beweging en dat in plaats daarvan iedereen werd geacht gewoon namens zichzelf te spreken, accepteerde de pers niet dat Greenham geen leiders had. Daarom bestempelde de pers een paar vrouwen, die al lange tijd bij het kamp betrokken waren en die al op eerdere momenten interviews aan de media hadden gegeven, als leiders.  Bovendien hadden journalisten de neiging om het kamp bij de hoofdingang van de USAF basis, Yellow Gate, het kamp dat het langste bestond, te beschouwen als de plek waar de besluiten van het kamp genomen zouden worden. Dit hield zichzelf in stand doordat journalisten bij herhaling bij Yellow Gate op zoek gingen naar dezelfde vrouwen en het betekende ook, dat deze vrouwen vaak gevraagd werden om op conferenties, manifestaties en openbare bijeenkomsten als vertegenwoordigers van Greenham te spreken. De meeste vrouwen die deze media aandacht kregen probeerden dat af te buigen, soms door interviews te weigeren en de journalisten aan te raden om met andere vrouwen te praten. Hoewel dat niet altijd het geval was, nam de invloed van deze door de pers gezochte vrouwen af in directe verhouding tot de hoeveelheid aandacht die zij van de buitenwereld ontvingen, schrijft Sasha.
‘Werkelijke’ hiërarchieën in het kamp
Uit het onderzoek van Sasha  Roseneil komt ook naar voren dat voor een deel ook interne factoren een rol speelden bij het ontstaan van enige hiërarchie in het kamp, hoewel veel vrouwen dat liever niet toegaven. Zo wijst ze er op dat, hoewel steeds benadrukt werd dat  de lengte van de tijd dat een vrouw in het kamp was geweest, niet van belang was, de praktijk liet zien dat dat toch wel uitmaakte, in de allereerste plaats omdat nieuwkomers veel te leren hadden over hoe de gemeenschap werkte en over de filosofie en waarden van het kamp. Bovendien noemt Sasha het punt dat het leven in Greenham het zelfvertrouwen van vrouwen versterkte met als gevolg dat hoe langer een vrouw daar gewoond had, des te waarschijnlijker het was dat ze zich krachtig en zelfbewust voordeed. Dit kwam onder andere tot uiting in een hiërarchie die werd waargenomen tussen enerzijds Yellow Gate, het kamp bij de hoofdingang dat het oudste kamp was en in het begin het enige kamp en anderzijds de andere kampen rond de basis. Wat daar tegenover stond was dat de ethiek in Greenham betekende dat er een hoge mate van gevoeligheid voor ongelijkheid in macht was en als gevolg daarvan werd er veel over gesproken en waren er veel vergaderingen gewijd aan het collectief analyseren van deze problemen, waardoor het nooit echt tot ernstige problemen leidde.


Flexibiliteit en stabiliteit
Vanuit inzicht in culturele zelforganisatie is het zeer interessant, dat juist deze drie besluiten – women-only om gelijkwaardigheid mogelijk te maken, geen geweld en geen hiërarchie en geen leiders  - toen ze eenmaal waren genomen, in feite niet meer veranderd zijn, terwijl alle andere zaken in Greenham voortdurend opnieuw ter discussie gesteld konden worden als de aanwezige vrouwen daar een reden voor zagen. Dit maakte het mogelijk dat de nieuw ontstane cultuur in Greenham niet alleen gekenmerkt werd door flexibiliteit, maar dat er dankzij deze 3 besluiten tegelijkertijd een daaraan complementaire kracht voor stabiliteit ontstond. En dat is precies wat overeenkomt met Samenlevingen-in-Balans: om zowel stabiel als flexibel te kunnen zijn maakt men in Samenlevingen-in-Balans een zorgvuldige onderscheid tussen ‘dat wat altijd hetzelfde moet blijven’ en ‘dat wat veranderd kan worden’. Op basis van een zorgvuldige onderscheid tussen beide culturele aspecten ontstaat er veel ruimte om onder druk van actuele omstandigheden veel aspecten van een samenleving aan te passen, en tegelijkertijd toch de stabiliteit daarvan te behouden.
4 verschillende typen Adat
De wijsheid om dat onderscheid te kunnen maken wordt door de samenleving van de Minangkabau op Sumatra, in Indonesië, weerspiegeld in wat ze adat (gewoonte) noemen en waarbij ze vier verschillende typen onderscheiden: “de 1e Adat die werkelijk Adat is, de 2e Adat die zo is gemaakt, de 3e Adat die zo is geworden, en de 4e Adat die de Adat van ceremonieën is”. Het eerste type adat, ‘Adat die werkelijk Adat is’, wordt de adat die ‘niet door mensen is gemaakt’ genoemd. Dit is de Adat die nooit zal veranderen, omdat het verwijst naar de universele wetten. Dankzij deze 1e Adat zal de cultuur altijd in lijn zijn met de werking van de universele wetten. Het tweede type adat, de ‘Adat die zo is gemaakt’, is de adat in de vorm van tradities die ontstaan zijn op basis van ervaringen, geleerde culturele lessen en verworven wijsheid. Dit type adat verandert ook niet, behalve dat er nieuwe geleerde lessen aan toegevoegd kunnen worden. Daarom kunnen deze eerste twee types adat beschouwd worden als constant, waardoor het stabiliteit biedt aan de cultuur. Het derde type adat, de ‘Adat die zo is geworden’, betreft de gewoontes die ontstaan zijn op basis van lokale besluiten en het vierde type adat, is de ‘Adat van ceremonieën’, en betreft de door mensen lokaal vormgegeven ceremoniële gebruiken. Het derde en vierde type adat vormt de basis voor flexibiliteit, want dit betreft gewoonten en ceremoniën die in principe flexibel zijn en open voor verandering, waardoor ze zich permanent op het lokale niveau kunnen ontwikkelen op basis van actuele dialoog en overeenstemming wanneer de omstandigheden daar aanleiding toe geven.
De 3 belangrijke besluiten in Greenham
Op basis hiervan kunnen we vaststellen dat de 3 belangrijke besluiten die na de eerste 5 maanden in Greenham werden genomen en die daarna niet meer ter discussie stonden in feite de 2e type Adat principes van Greenham werden: gebruiken die ontstaan zijn op basis van geleerde culturele lessen en verworven wijsheid in de eerste 5 maanden van het kamp. Vanaf dat moment boden ze stabiliteit aan het kamp omdat ze niet meer veranderd werden. Op basis van mijn inzicht in culturele zelforganisatie kan ik nu vaststellen, dat het precies deze zaken waren – plus natuurlijk het feit dat de vrouwen in Greenham buiten het bestaande patriarchaat leefden – die het mogelijk maakten dat er verdere randvoorwaarden ontstonden voor het kunnen functioneren van zelforganisatie.


Balans tussen individualiteit & gemeenschappelijkheid
Het principe van persoonlijke autonomie en persoonlijke verantwoordelijkheid
Enerzijds was de nadruk op individuele zelfbeschikking, individuele autonomie en persoonlijke verantwoordelijkheid (5e waarde) een belangrijk aspect van de gemeenschappelijke waarden in Greenham. Dit principe was ontleend aan het anarchisme en betrof het idee dat iedere vrouw de persoonlijke verantwoordelijkheid zou nemen zowel voor haar eigen handelen als voor het creëren, opnieuw vormgeven en transformeren van de samenleving, en dat ze als een autonoom individu zelf alle belangrijke besluiten over haar leven zou nemen. Het hechten van waarde aan autonome individualiteit was ook gebaseerd op het feminisme en gaf vrouwen een gevoel van macht, zowel als individuen als collectief als vrouwen. “In de poging om te voldoen aan het zelfbeeld van Greenham, ontwikkelden vrouwen een nieuw zelfvertrouwen, zelfbeschikking en een gevoel van het hebben van een persoonlijk doel.”
De afwezigheid van officiële gedragsregels
Het principe van persoonlijke verantwoordelijkheid en autonomie betekende bovendien de afwezigheid van officiële gedragsregels, die zowel beschouwd werden als onnodig wanneer iedere vrouw de persoonlijke verantwoordelijkheid neemt om dat te doen wat passend en vereist is, als een inbreuk op de autonomie van het individu. In andere woorden, vrouwen streefden ernaar om elkaar zoveel mogelijk vrijheid te geven en elkaar niet in te perken. Dat betekende ook dat er geen druk werd uitgeoefend op vrouwen om iets te doen, dat ze niet wilden doen. De andere kant van het principe van persoonlijke verantwoordelijkheid was dat geacht werd dat vrouwen net zo goed de verantwoordelijkheid namen om werk niet te doen, zodat ze er zelf voor zorgden dat zij bijvoorbeeld geen ‘martelaren van de afwas’ werden. Dus als vrouwen wel iets deden, dan deden ze dat omdat het voor hen klopte om dat te doen. Kortom, vrouwen verwachtten van elkaar om in lijn met hun eigen wensen en geweten te handelen, en om daarbij zowel te accepteren dat – in lijn met de Wet van Oorzaak en Gevolg - hun acties gevolgen hadden als niet te wachten op leiderschap. Wat hierbij in de praktijk meespeelde was, zo schrijft Sasha, dat “het besluit alleen al om naar Greenham te gaan en daar te blijven, vereiste dat vrouwen handelden op basis van hun autonomie als individuen.”
Het principe van gemeenschappelijkheid
In lijn met de Wet van Dynamische Balans – in de zin van de dynamische balans tussen vrijheid & verantwoordelijkheid en de dynamische balans tussen individu & gemeenschap  - was er in Greenham behalve dit principe van persoonlijke verantwoordelijkheid en autonomie ook een daaraan complementaire ethiek van gemeenschappelijkheid (6e waarde) in de zin dat vrouwen zichzelf beschouwden als deel van een gemeenschap, van een samenleving. Of in de woorden van Sasha: “Samen met de nadruk op deelname en gelijkwaardigheid, bood een ethiek van gemeenschappelijkheid een tegenwicht voor de autonomie individualiteit van het zelfbeeld van Greenham. Het delen van het dagelijks leven, het noodzakelijke werk, en de vreugden en lasten daarvan stond ook centraal bij de waarden van Greenham. Maar dit was een gemeenschappelijkheid dat werkte binnen een anarchistisch ethisch kader van persoonlijke vrijheid. Vrouwen werden niet gedwongen deel te nemen aan de gemeenschappelijke zaken (…) en individuen waren vrij om wel of niet mee te doen met de gemeenschappelijke maaltijden en acties.” In de praktijk kozen de meeste vrouwen ervoor om samen te leven wat betreft alle belangrijke zaken en hechtten waarde aan het plezier van gemeenschappelijkheid: het uitwisselen van levensverhalen, het opnieuw vertellen van gebeurtenissen in het kamp aan nieuwkomers, het geven van emotionele steun, de deelname aan gemeenschappelijk tijdverdrijf zoals zingen en dansen. Kortom er was een krachtige gemeenschapsgevoel.
Wat betreft de verdeling van kamptaken
Op basis van deze gemeenschappelijke waarden was er in Greenham geen systeem voor de verdeling van huishoudelijke en/of kamptaken – brandhout verzamelen en hakken, water halen, eten kopen, eten koken, afwassen, maar bv. ook kampauto’s repareren - en dus waren er geen roosters met corvee. In plaats daarvan werd iedere vrouw geacht persoonlijke verantwoordelijkheid te nemen voor het in stand houden van het gemeenschappelijke leven in het kamp, zelf te kijken wat er gedaan moest worden en dat te doen. Daarbij werden verschillen in interesse, vaardigheid, ervaring en karakter gerespecteerd en het besluit van vrouwen om bepaalde klussen niet te doen werd zelden ter discussie gesteld. De waarde die gehecht werd aan persoonlijke verantwoordelijkheid was zodanig dat de voordelen van de flexibiliteit en vrijheid van dit systeem belangrijker geacht werden dan het feit dat sommigen meer huishoudelijk werk deden dan anderen en een paar vrouwen heel weinig. Veel van de vrouwen die Sasha Interviewde concludeerden, dat de organisatie van het werk dat in het kamp gedaan moesten worden heel goed werkte, zonder dat daar moeite voor werd gedaan en dat het feite veel beter werkte dan in de gemeenschappelijke huishoudens of woongroepen waarin sommige vrouwen daarvoor hadden gewoond. Dat komt overeen met mijn eigen ervaringen.
Bijdragen op basis van innerlijke motivatie
Een van de verklaringen hiervoor is volgens Sasha het feit dat Greenham buiten was en daarom ‘anders’, los van veel van de druk die samengaat met traditionele verwachtingen in het dagelijks leven. Ik ben zelf tot de conclusie gekomen dat vrouwen die echt nauwelijks of niets deden daar altijd een reden voor hadden (bijvoorbeeld omdat ze tobden met psychisch problemen). Op het moment dat ze zich weer beter voelden of als ze om een andere reden lang genoeg niets hadden gedaan (vergelijkbaar met ‘ontscholen’), gingen ze op hun eigen tijd en op basis van hun eigen innerlijke motivatie ook bijdragen. Als je je namelijk werkelijk een onderdeel voelt van een gemeenschap, voelt het uiteindelijk beter en is het in feite een innerlijke behoefte om daar ook een steentje aan bij te dragen. Of in de woorden van Sasha: “Bijdragen aan huishoudelijk werk in Greenham, of dat nou een routine klusje betrof of iets meer speciaals, was een belangrijk onderdeel van het opbouwen van de collectieve identiteit. Op het individuele niveau was het een manier om zich deel van het kamp te voelen en te ervaren dat ze iets van waarde konden bijdragen (…) op het collectieve niveau gaf het samen werken aan klussen (…) een gemeenschappelijk gevoel iets volbracht te hebben en creëerde het een gemeenschappelijke band.”
1e  Adat
Omdat deze combinatie van individuele verantwoordelijkheid en gemeenschappelijkheid in lijn is met de Wet van Dynamische Balans behoorde het in feite tot het eerste type adat, ‘Adat die werkelijk Adat is’, omdat het identiek is met de universele wetten. Dat is nooit zo gepland, en mogelijk heeft ook nooit iemand zich dat gerealiseerd, maar het lijkt dat het spontaan kon ontstaan omdat het niet geblokkeerd werd door hiërarchie, aanwezig leiderschap en ongelijkwaardigheid.


Het belang van goede relaties
Een van de andere aspecten van de set van gemeenschappelijke waarden, was het belang dat gehecht werd aan goede relaties met elkaar (5e waarde). Sasha schrijft hier over: “De waarde die gehecht werd aan autonomie werd gecompenseerd door een nadruk op het belang om met en voor ‘anderen’ te zijn, dat wil zeggen, een nadruk op in relatie te zijn.” Zorg, genegenheid, vriendschap en liefde tussen vrouwen in Greenham werden belangrijk gevonden, waardoor het een omgeving was waar je je zeer ondersteund voelde. Tussen de vrouwen onderling ontstonden krachtige vriendschapsbanden  en de kracht en het plezier die vrouwen ontleenden van hun relaties met elkaar werden beschouwd als een krachtige bron voor de energie van het kamp en het netwerk in plaats van slechts een bijproduct van het samen leven en werken.
Een fractalstructuur

Toen ik er ging wonen – eind 1983, begin 1984 – waren er rond de basis 8 kampen waar in totaal zo’n 200 vrouwen min of minder permanent woonden. In ieder kamp was het kampvuur de centrale plek, en de focus van het leven. Niet alleen kon iedereen zich daar warmen als het koud was en werd op het vuur water gekookt voor thee en koffie en werd het eten gekookt, maar het vuur was ook de plek waar de vrouwen samenkwamen, waar ze elkaar leerden kennen, waar plannen werden besproken en levensgeschiedenissen werden uitgewisseld. Toen Yellow Gate, het  eerste kamp, groter werd en lang niet iedereen meer samen rond één vuur kon zitten, kwam deze ethiek van het collectief leven onder druk te staan. “Er was een omgekeerde relatie tussen de grootte van de groep en de mate van gemeenschappelijkheid bij de organisatie van huishoudelijk werk in Greenham,” schrijft Sasha. De conclusie was dat kampen niet te groot moesten zijn en daarom werd besloten om een paar nieuwe kampen op te zetten bij andere ingangen van de USAF basis, zodat het in deze kleinere groepen opnieuw mogelijk zou zijn om samen rond het vuur te zitten. In deze kleinere groepen konden vrouwen elkaar beter leren kennen, waardoor er sneller onderling vertrouwen ontstond en het mogelijk was om er vanuit te gaan dat iedere vrouw haar persoonlijke verantwoordelijkheid zou nemen. In andere woorden, de praktijk liet – in lijn met de Wet van Overeenstemming - het voordeel van een fractalorganisatiestructuur zien. Een structuur die ook veel inheemse culturen kennen in de vorm van individuen die leven in een (groot)familieverband, families die een onderdeel vormen van een clan, en clans die samen een stam vormen en stammen die verenigd zijn als een volk.
Zorg voor de natuurlijke omgeving
Terwijl in Samenlevingen-in-Balans het begrip ‘goede relaties’ zich ook uitstrekt naar goede relaties met de omringende natuur, ontstond geleidelijk door de praktische ervaring van het (letterlijk) buitenleven in Greenham de ethiek om goed voor de omringende natuurlijke omgeving te zorgen en dat zo weinig mogelijk schade te berokkenen (7e waarde). Sasha noemt in dit verband de invloed van het ecofeminsime vanuit de USA op de manier van leven in Greenham. Maar het voor langere tijd buiten leven, op een prachtig stuk common land zonder stromend water, riool en vuilnisophaaldienst, zorgde er ook vanzelf voor dat vrouwen in toenemende mate zich bewust werden van het effect van hun aanwezigheid op de natuurlijke omgeving. “Gecombineerd met de ethiek van persoonlijke verantwoordelijkheid, creëerde dit voor iedere vrouw een impuls om te trachten haar impact op de omgeving te minimaliseren.” Wisdom keepers van Samenlevingen-in-Balans benadrukken dat ‘Goede Relaties’ tussen de mensen een voorwaarde is voor werkelijk “Goede Relaties’ met de natuurlijke omgeving. In andere woorden, wanneer in een samenleving sommige mensen zich dominant opstellen ten opzichte van andere mensen, zal dat binnen die cultuur in de praktijk ook leiden tot een dominante houding ten opzichte van de natuur.


Respect voor onderlinge verschillen
Terwijl er op basis van de waarde die gehecht werd aan persoonlijke verantwoordelijkheid in combinatie met gemeenschappelijkheid een krachtig gevoel van collectieve identiteit ontstond, was er in Greenham tegelijkertijd – in lijn met de Wet van Trilling die stelt dat alles en iedereen uniek is - veel respect voor onderlinge verschillen (4e waarde). “De wens voor gelijkwaardigheid en gemeenschappelijkheid veroorzaakte niet, ” zo benadrukt Sasha, “zoals het in landen met een staatssocialisme deed, een druk tot gelijkheid of pogingen om verschillen uit te wissen, of om ruwe randjes, weefsels en spanningen die ontstaan wanneer mensen samenkomen, glad te strijken.” Integendeel, vanaf het begin was er de intentie om vrouwen van een grote variatie aan achtergronden wat betreft politieke en sociale ervaringen, leeftijden, klassenachtergrond, etniciteit, nationaliteit, seksualiteit en politieke identificatie aan te trekken en ruimte te bieden.
Verschillen erkennen, respecteren en erover praten
Om het mogelijk te maken dat zo’n heterogene groep vrouwen samen konden leven en werken was respect voor verschillen van essentieel belang. “Verschil was een bron van spanning (…) maar het werd geaccepteerd als onvermijdelijk en beschouwd als een bron van kracht, in plaats van dat het werd onderdrukt en ontkend. Er was een commitment om over verschillen te praten in plaats van ze te ontkennen en vele honderden vergaderingen werden gebruikt om wederzijds begrip te ontwikkelen en gemeenschappelijke punten te vinden. Dit werd beschouwd als net zo belangrijk als de naar buiten toe gerichte acties tegen de basis,” concludeert Sasha op basis van haar onderzoek. Er werd bijvoorbeeld veel gepraat over het waarom van verschillende keuzes zodat vrouwen elkaar beter konden begrijpen en er minder spanningen ontstonden. Het grote voordeel van het leven in Greenham was dat er hier tijd voor was. In de praktijk betekende dit, dat er een ongelooflijke tolerantie was, dat vrouwen konden zijn wie ze waren, en dat er waarde werd gehecht aan het feit niet alleen dat iedereen een eigen mening had maar ook dat er ruimte was voor iedereen om uiting te geven aan haar mening, ideeën en creativiteit. Kortom, maximale vrijheid voor individuen om hun individualiteit uit te drukken werd nagestreefd.
Omgaan met aanwezige verschillen
Het betekende ook dat Greenham plaats kon bieden aan vrouwen die daar om verschillende redenen waren en daar op verschillende manieren wilden zijn. “Praktisch gezien betekende het feit dat er waarde werd gehecht aan verschillen dat het essentieel was in de ethiek van Greenham dat vrouwen vrij zouden zijn om deel te nemen op een manier waarop ze het gevoel hadden dat ze dat konden.” Bovendien bleek dat het bestaan van verschillende kampen het niet alleen mogelijk maakte voor vrouwen in Greenham om in kleine groepen te leven, wat het dagelijks leven makkelijker maakte en vriendschapsbanden sterker maakte, maar uiteindelijk bleek dat dit het ook mogelijk maakte om op een redelijk harmonieuze manier om te gaan met aanwezige verschillen. “Er was nooit een bewust beleid geweest om kampen op te zetten rondom de basis zodat vrouwen zouden kunnen wonen met andere vrouwen met wie ze bepaalde karakteristieken deelden. Dit was eerder een niet bedoelde consequentie van het groeiende aantal kampen in 1983.” In de praktijk echter ontwikkelde ieder kamp vrij snel een enigszins eigen karakter en sfeer en dat bleek vervolgens vrouwen met vergelijkbare voorkeuren aan te trekken.


Openheid voor verandering
Terwijl enerzijds de 3 belangrijke besluiten die na de eerste 5 maanden in Greenham werden genomen - women-only, geen geweld en geen hiërarchie –  niet meer ter discussie stonden, was anderzijds een van de kenmerken van Greenham – in lijn met de Wet van Ritme - het permanent veranderende karakter. Dat was mogelijk omdat Greenham veel van de instellingen en procedures miste die tot gevolg hebben dat gemeenschappen en politieke organisaties te verstarren. Sasha somt dat zo op: “Er was geen grondwet en er waren geen statuten, geen reglementen voor vergaderingen, geen uitvoerende comités, geen ledenlijst, geen functionarissen, geen jaarlijkse algemene vergaderingen, geen hoofdkantoor. Omdat er nooit een bepaalde groep verantwoordelijk was, droeg iedereen bij  en betekende dit dat de interne stand van zaken voortdurend in verandering en beweging was.” In de praktijk betekende deze openheid voor verandering (8e waarde) dat besluiten, gewoontes, gedragspatronen en plannen relatief waren, open om ter discussie gesteld te worden en ontvankelijk voor heroverweging wanneer de omstandigheden veranderden, er van ervaringen werd geleerd en nieuwe ideeën geopperd werden.
Conflicten kunnen leiden tot positieve verandering
Bovendien werden discussies en conflicten niet beschouwd als irritaties of iets dat afleidde van waar Greenham over ging, maar werden beschouwd als een essentieel onderdeel van Greenham. Er was een algemene acceptatie van de onvermijdelijkheid van conflict en een commitment om een manier te vinden om het op een juiste manier te uiten in de overtuiging dat het tot een positieve verandering zou kunnen leiden. “Afwijkende meningen werden beschouwd als potentieel productief en dynamisch, omdat ze beweging en verandering veroorzaakten en verstarring voorkwamen. De wens van het modernisme voor orde, discipline en voorspelbaarheid, wat samengaat met de verering van de ratio had geen plaats in Greenham,” schrijft sociologe Sasha Roseneil. Na afloop van acties waren er bijvoorbeeld vaak ‘de-briefing’ vergaderingen, zodat de actie kon worden gesproken en geëvalueerd en de conclusies daarvan meegenomen konden worden bij de planning van nieuwe acties.
Openheid voor verandering op individueel niveau
Greenham was door de waarde die er gehecht werd aan openheid voor verandering bovendien een plek voor persoonlijke verandering. “Omdat Greenham een plek was die buiten de ‘normale samenleving’ bestond,  maar waar vrouwen naar toe kwamen die door die samenleving waren gemodelleerd en gevormd, was het een plek van verandering, ” schrijft Sasha. Er was een onuitgesproken verwachting was dat individuen reflexief waren en de wens hadden om te leren door vragen te stellen bij hun eigen gedrag en de bereidheid om eventueel te veranderen. Of in de woorden van Sasha: “Er was een postmoderne acceptatie dat identiteiten vloeiend waren en ter discussie stonden en dat houdingen, overtuigingen en visies aan verandering onderhevig waren.” Zulke veranderingen konden het gevolg zijn van zelfreflectie, maar ook speelde daar een openheid voor meningen van anderen, betrokkenheid bij de wensen van anderen en interactie met anderen een rol bij. “Door te leven met een altijd veranderende groep van vrouwen van over de hele wereld, was wereldwijd zusterschap onze dagelijkse ervaring.”


De balans tussen ratio & niet-rationele aspecten
Deze openheid voor zelfreflectie, het toenemend inzicht in hoe vrouwen zelf door de samenleving gevormd waren, en wat ze vervolgens in zichzelf zouden willen veranderen, leidde dit ook tot de vraag wat het eigenlijk betekende om vrouw te zijn. Het bracht bestaande ideeën over wat vrouwen zouden kunnen aan het wankelen, zorgde er voor dat opvattingen over wat vrouwen zouden moeten doen ter zijde werden geschoven en dat de mogelijkheden van verschillende manieren van zijn in de wereld werd uitgebreid voorbij dat wat op dat moment gebruikelijk was. In de praktijk betekende dit dat in Greenham vrouwen zichzelf opnieuw konden uitvinden.
Waarde hechten aan het niet-rationele
Terwijl de politiek van modernisten, inclusief het modernistische feminisme, zo legt Sasha uit, de neiging had om argumenten te baseren op de ratio - aangezien rationaliteit een van de kernovertuigingen van het modernisme was – werd de ethiek in Greenham gekenmerkt door een scherpe tegenstelling met de bureaucratische rationaliteit van de moderne staat. “Het verlangen van het modernisme naar ordening, discipline en voorspelbaarheid, die een verering van de rede vergezelt, had geen plaats in Greenham,” schrijft ze. In plaats daarvan stond bij de postmoderne politiek van Greenham een verwerping van rationaliteit centraal.  Een van de consequenties hiervan was dat in Greenham het gebied van het ‘niet-rationele’, dat traditioneel onderdrukt wordt of buitengesloten wordt bij politieke overwegingen, expliciet opnieuw op waarde werd geschat. Waarde hechten aan het niet-rationele (10e waarde) was een bewuste keuze om uit te stijgen boven het Westerse filosofische dualisme van ratio versus emotie; lichaam versus geest; mannelijk versus vrouwelijk, dat systematisch de waarde ontkent van dat wat wordt beschouwd als vrouwelijk.
Als belangrijke bron en integraal onderdeel
In plaats daarvan werd het niet-rationele in de vorm van emoties, intuïtie en ‘gut feelings’ - in lijn met de Wet van Dynamische Balans – ook beschouwd als belangrijke bron van weten waarvan gebruik kon worden gemaakt bij besluitvorming en in het dagelijks leven. Het was niet zo, benadrukt Sasha, dat vrouwen in Greenham bedoelden dat vrouwen van nature emotioneler, intuïtiever of dichter bij de natuur staan dan mannen; in plaats daarvan maakten ze duidelijk dat het niet-rationele een belangrijk gebied van de menselijke ervaring is en dat het beschouwd zou moeten worden als een bron van politieke actie. Dit ontleende Greenham aan ecofeministische ideeën die samen met vrouwen uit de USA naar het kamp waren gekomen. “Het feit dat één vrouw zei dat ze zich ‘ongemakkelijk voelde ’ of ‘geen goed gevoel had’ bij iets dat gebeurde of werd gepland op het kamp, woog even zwaar en werd net zo serieus genomen als iemand die zei dat ze dacht dat iets onverstandig was.”
Herstel van de innerlijke balans
Greenham vormde vanaf februari 1982 als een gemeenschap van alleen vrouwen op een openbare plek en open voor iedere vrouw die mee wilde doen, een voortdurende uitdaging voor patriarchale sociale relaties en liet zien dat vrouwen op basis van keuze in staat waren te leven zonder mannen. Daarmee stelde ze het traditionele idee dat mannen en vrouwen complementair zijn en waarbij vrouwen afhankelijk, aarzelend en stil  zijn, ter discussie, en boden de wereld een beeld van vrouwen die onafhankelijk en autonoom waren. Het idee daarbij was niet dat vrouwen een keuze zouden moeten maken om zich of als een autonoom individu te gedragen naar het voorbeeld van mannen, of waarde zouden moeten hechten aan de traditionele rol van vrouwen als meer in relatie met de geneigdheid om altijd anderen belangrijker te vinden dat zichzelf. In plaats daarvan ging Greenham voorbij aan deze hetzelfde versus anders zijn fixatie van het moderne feminisme. Dit leidde tot radicale nieuwe opvattingen van wat het betekent om een vrouw te zijn, waarbij er gestreefd werd naar een integratie van autonomie en in relatie zijn.  In andere woorden, het resultaat was dat er een begin werd gemaakt om - in lijn met de Wet van Dynamische Balans – het mannelijke en vrouwelijke in ieder individu als complementaire aspecten te integreren  en dus om op individueel niveau de innerlijke balans tussen het mannelijke en het vrouwelijke zoals tussen ratio enerzijds en het niet-rationele, gevoel, intuïtie  en spiritualiteit anderzijds enigszins te herstellen.


Het principe van plezier, humor en genieten
Terwijl de vrouwen in Greenham zeer betrokken waren bij het serieuze doel waarvoor ze daar waren, was het tegelijkertijd een onuitgesproken principe om er naar te streven dat acties ook leuk waren, dat het daaraan meedoen ook plezierig was en dat het dus niet zou gaan om lijden of martelaarschap. Net als bij de andere aspecten van de gemeenschappelijke waarden was dat niet vanaf het begin bewust zo geformuleerd, maar kwam voort uit de wens om bewust het patriarchale model van vrouwelijkheid met zogenaamde vrouwelijke waarden als zelfopoffering, altruïsme en kwetsbaarheid af te wijzen. In plaats daarvan werd er naar gestreefd om te laten zien dat betrokkenheid bij Greenham alles behalve zelfopofferend en altruïstisch was.
Humoristische acties
Veel acties waren ‘ludiek’: ze waren ontworpen om ergens de spot mee te drijven, of om iets humoristisch na te bootsen of door te prikken, terwijl het tegelijkertijd leuk was om te doen. Het waren acties die vrouwen, en soms zelfs de militairen of politie, aan het lachen maakten of juist tot gevolg hadden dat de militairen of politie er dwaas uitzagen.  Bekende voorbeelden zijn het dansen op de bunkers, die in aanbouw waren voor de kruisraketten, in de vroege ochtend van nieuwjaarsdag 1982, en de Teddy Bears’ Picknick binnen de hekken van de basis met Pasen 1983 (met veel vrouwen verkleed als teddy beer of paashaas). Geleidelijk werd dit principe van plezier hebben tijdens acties (9e waarde) een belangrijk onderdeel van de actiefilosofie in Greenham en was humor in de vorm van zelfspot en parodie ook een belangrijk onderdeel van het dagelijks leven in Greenham.
Een speelse houding om te voorkomen dat hiërarchie ontstaat

Volgens sociologe Sasha Roseneil was dit plezier principe enerzijds een reactie op de droge, bureaucratische manier van veel politieke organisaties en in die tijd ook de Vredesbeweging in Engeland en anderzijds ontleend aan de zogenaamde Situationisten, een kleine groep avant-garde artiesten en intellectuelen in Frankrijk, die bekend zijn van onder andere de Parijse studentenopstand in 1968 en hun zogenaamde ‘happenings’ en ludieke acties.
Volgens deze Situationisten was de enige manier - als je enerzijds geen hiërarchie wilt en anderzijds ook geen ongedisciplineerde menigte – om starheid en het ontstaan leiders te voorkomen een speelse houding. Op een vergelijkbare manier was naast de niet-hiërarchische, deelnemende ethiek de spirit van oneerbiedige humor en plezier een leidend principe in Greenham.


Waarde hechten aan het huidige moment
De nadruk in Greenham op plezier en genieten van het proces van verzet tegen nucleair militarisme was volgens Sasha bovendien een onderdeel van een bredere filosofie die grote waarde hechtte aan het huidige moment (11e waarde). Ze legt uit dat veel politieke bewegingen werken op basis van een fundamentele gerichtheid op de toekomst, met een utopische visie die de nagestreefde doelen in de verre toekomst ziet en waarbij het heden beschouwd wordt als een tijd van noodzakelijke opoffering voor de zaak. Deze visie werd in Greenham verworpen, hoewel de vrouwen daar zeker ook een ideaal voor ogen hadden van een rechtvaardiger, gelijkwaardiger en vrijere samenleving. Maar in Greenham werd getracht om die samenleving in het hier en nu te creëren door de manier waarop de vrouwen hun leven leefden in Greenham en door de directe acties die een duidelijke en directe praktische en symbolische invloed konden hebben. Er werd waarde gehecht aan het proces van discussie en debat, en het proces van persoonlijke verandering, niet-onderdrukkende organisatiestructuren en boven alles werd de bevrijding van vrouwen niet uitgesteld tot ‘na de revolutie.’
Het pad naar verandering is even belangrijk als het gewenste doel
De keuze om te handelen in het hier en nu was enerzijds een uitdrukking van ongeduld, van de urgentie van het moment zoals dat werd ervaren ten tijde van de Koude Oorlog en de dreiging van het plaatsen van kernwapens in Europa. Anderzijds was het gebaseerd op de overtuiging van de onscheidbaarheid van de middelen en het na te streven doel van sociale en politieke transformatie. Dit principe, dat stelt dat de route naar sociale verandering even belangrijk is als het gewenste doel, niet alleen omdat de middelen het doel bepalen, maar ook omdat het hier en nu zelf er toe doet, kan volgens Sasha beschouwd worden als het samenvattende principe dat in Greenham werkzaam was. Men geloofde dat nieuwe manieren van samenwerken nodig waren voor het project van het ontmantelen van het patriarchaat en het opbouwen van een samenleving die vrij van dominantie en geweld zou zijn en die nieuwe manieren werden al doende in het dagelijks leven vorm gegeven en uitgeprobeerd. Met andere woorden, het principe om grote waarde te hechten aan het huidige moment voedde de motivatie om te streven naar ‘walking our talk’.
Democratie in het hier en nu
Waarde hechten aan het hier en nu en de onscheidbaarheid van de middelen en het na te streven doel werkte op een collectief niveau in de vorm van ‘Greenham’s democratie in het hier en nu’, wat betekende dat eerdere besluiten, kampgewoontes en tradities altijd opnieuw ter discussie gesteld en opnieuw vormgegeven konden worden als de omstandigheden veranderden en nieuwe ideeën verschenen. Het was een democratie in het hier en nu zowel in de zin dat alleen zij die aanwezig waren de besluiten namen en dus dat de meningen van de nieuw aangekomen vrouwen even belangrijk waren als die van hen die al langere tijd in het kamp woonden, als in de zin dat eerdere generaties van Greenham vrouwen niet konden bepalen hoe dingen gedaan zouden worden.


Balans tussen spontaniteit en organisatie
Tot slot kan gezegd worden dat Greenham vanaf het begin ook gekenmerkt werd door spontaniteit: allereerst ontstond het kamp spontaan, want degenen die de protestmars naar Greenham hadden georganiseerd, hadden nooit het plan gehad om bij hun aankomst een vredeskamp op te zetten. En direct al tijdens de eerste week was er ook spontane ondersteuning in de vorm van mensen die beddengoed, tenten, voedsel en andere benodigdheden kwamen brengen. Gedurende de 10 jaar dat Greenham bestond, bleven financiële en materiële donaties het leven in het kamp mogelijk maken.
Het soort acties veranderde in de loop der tijd
Op dezelfde manier was er ook geen algemene strategie of groot plan voor de acties in Greenham, maar in plaats daarvan was er voldoende vrijheid voor spontaniteit en individuele creativiteit. Het soort acties die vrouwen deden veranderde in de loop van de tijd toen de omstandigheden veranderden en ideeën over prioriteiten en wat gepast of effectief was verschoven. We zouden in dit verband misschien kunnen zeggen dat in plaats van de 4e Adat van lokale ceremoniën in Greenham de 4e Adat de vele verschillende vormen van acties betrof. De permanent veranderende situatie zorgde er ook voor dat acties op verschillende manieren ontstonden. Sommige acties waren het resultaat van intensieve, gefocuste discussies rond het kampvuur of in een vergadering, over wat de betekenis van een actie zou zijn zowel in het kader van de ethiek van het kamp als wat de mogelijke gevolgen voor de betrokken vrouwen betrof (zoals arrestatie, veroordeling en gevangenis). Maar na verloop van tijd werden sommige acties ook een soort routine, terwijl tegelijkertijd andere acties spontaner werden en door individuele vrouwen waren bedacht bijvoorbeeld terwijl ze hout hakten of rond de basis liepen.
De balans tussen organisatie en spontaniteit
Tijdens bijeenkomsten met heel veel vrouwen, waarbij er een aantal basiszaken goed georganiseerd waren, werd op een bepaald moment alles losgelaten, wat het mogelijk maakte dat er een bijzondere balans ontstond tussen organisatie en spontaniteit. In plaats van een van te voren bedacht plan te volgen, leek de ruimte voor vrijheid, spontaniteit, creativiteit en het plezier principe mogelijk aanvankelijk eerst in een soort afwachten te resulteren, terwijl tegelijkertijd echter iedereen zich – bewust of onbewust - gevoelsmatig afstemde op het juiste moment. Op die manier was het mogelijk om onverwacht iets prachtigs te doen, iets dat onmogelijk van te voren zo gepland had kunnen worden. Het was een kwestie van enerzijds niet te veel een afwachtende houding te hebben en tegelijkertijd niet te veel controle te willen hebben. Kortom, de kunst om de actie zijn eigen beloop te laten, samen met individuele creativiteit en het plezier principe, was vaak essentieel voor het succes en maakte het voor de autoriteiten veel moeilijker om in te grijpen.
De aparte stijl van protesteren van Greenham – een emotionele, anarchistische, oneerbiedige, chaotische en vreemde manier van politiek bedrijven  - was niet alleen de uiterlijke verschijningsvorm van het protest van het kamp tegen de dreiging van kernwapens. Het was ook wat de vrouwen Greenham met elkaar verbond. Het plezier en de opwinding van de acties gaf de vrouwen die er aan deelnamen energie en was onderdeel van het proces waardoor vrouwen zichzelf opnieuw uitvonden.


De lessen van Greenham
Wat heeft 10 jaar Greenham opgeleverd? Allereerst is het feit dat het Vrouwenvredeskamp 10 jaar lang heeft bestaan als protest tegen een mogelijke kernoorlog, belangrijk geweest, want het heeft er voor gezorgd dat veel mensen wisten wat er gaande was rond die kruisraketten. Vervolgens is de droom om Greenham Common (de term common land verwijst naar land dat oorspronkelijk in gemeenschappelijk gebruik was) weer terug te geven aan de mensen gerealiseerd, nadat de kruisraketten weer waren verwijderd en de USAF basis in 1992 is gesloten. Het hek dat rond de basis stond is weg en het land is nu het grootste heidegebied in Berskhire. Helaas lijkt het bestaan van het kamp vervolgens echter uit de geschiedenis van de jaren 1980 verdwenen te zijn en worden de vrouwen van Greenham vrijwel nergens genoemd als belangrijke factor.
Het heeft vele individuele vrouwen veranderd
Maar mogelijk nog veel belangrijker is het feit dat tienduizenden vrouwen door hun kortere of langere verblijf in Greenham voor altijd zijn veranderd, want Greenham was een plek waar vrouwen betrokken waren in processen van zelftransformatie. “Leven in Greenham en daar betrokken zijn bij politieke actie zorgden niet direct, of automatisch voor nieuwe vormen van bewustzijn of nieuwe identiteiten, “schrijft Sasha. “Maar het bood de gelegenheid en de uitdaging die vereiste dat vrouwen betrokken raakten in een actief proces om hun wereldbeeld en hun zelfbeeld opnieuw  te overdenken en vorm te geven…” Op het individuele niveau, maakte de nadruk op het hier en nu in Greenham het mogelijk dat vrouwen hun eigen verleden los lieten (als ze dat wilden) en ruimte maakten om zichzelf opnieuw uit te vinden. “Manieren van denken en zijn en vorige relaties en identiteiten konden veel makkelijker worden geëvalueerd en los gelaten op een plek waar het niet belangrijk was wie iemand was geweest, maar wie iemand op dat moment was.”  Die interne veranderingen en het idee dat vrouwen de controle over hun eigen leven kunnen nemen, hebben vele vrouwen meegenomen in de rest van hun leven.
Wat kunnen we er van leren?
En wat kunnen we van deze 10 jaar ervaringen opgedaan in Greenham leren als we in de toekomst vorm willen geven aan culturele zelforganisatie? Volgens Sasha Roseneil was de lange levensduur van Greenham, gebaseerd op het aanpassingsvermogen en flexibiliteit, de openheid voor verandering en het voortdurende scheppen en herscheppen door vrouwen die zich gecommiteerd hadden aan de ethos van anarchistisch feminisme en boven alles aan elkaar. Ik zou daar aan toe willen voegen dat ook het besluit voor gelijkwaardigheid, het afwijzen van geweld en van hiërarchie, het mogelijk maakten dat de vrouwen in Greenham goede relaties met elkaar hadden en dat er – in lijn met de Wet van Dynamische Balans - sprake was van een dynamische balans tussen enerzijds individualiteit en daarop gebaseerde autonomie en persoonlijke verantwoordelijkheid en anderzijds gemeenschappelijkheid. En tot slot droegen de waarde die gehecht werd aan het huidige moment, de wens om te leren en de inspanningen op individueel niveau om – in lijn met de Wet van Dynamische Balans – hun innerlijke balans tussen enerzijds het rationele aspect en anderzijds niet-rationele aspecten zoals gevoelens, intuïtie, spiritualiteit a te herstellen er aan bij hebben gedragen dat vormen van zelforganisatie werkelijk mogelijk werden. Want hoe meer individuen in balans zijn des te meer is zelforganisatie mogelijk.
Geen blueprint, wel een inspiratie
Tegelijkertijd was de situatie in Greenham uniek en Sasha benadrukt bovendien dat Greenham geen blueprint is. “Het was nooit de intentie van de betrokkenen dat Greenham een universele, onveranderlijke blueprint zou worden voor hoe een gemeenschap of een beweging zou moeten worden vormgegeven of hoe politiek zou moeten worden bedreven.”  Ook benadrukt ze: “Greenham was geen manifest, geen politiek programma of een coherente ideologie. Het had geen groot plan of een systematische theorie… Het was eerder een houding en een spirit, dat ontstond door het samenkomen van duizenden vrouwen die waarde hechten aan gelijkwaardigheid en gemeenschappelijkheid, aan verschil en individualiteit. Het ontleende haar kracht aan een reflexieve openheid voor verandering.” In plaats van een blueprint is volgens haar misschien het niet-gewoon zijn van Greenham dat wat meegenomen zou kunnen worden naar andere plekken.“Er zijn tijden waarop het nodig is om van het pad van fatsoenlijkheid, integratie en aanpassing af te wijken, en tijden om manieren te vinden om verwachtingen en tradities te verwerpen…”
Ik zou daar aan toe willen voegen dat alles wat we nadoen in de zin van kopiëren niet zal werken, aangezien iets pas echt werkt als het van binnenuit komt. Maar we kunnen altijd van voorbeelden leren en ons daardoor laten inspireren.

 


Agenda
Op dit moment lijkt het er op dat er één uitnodiging is, waar helaas nog niet alle info van bekend is. Mochten er meer uitnodigingen komen, dan is de meest actuele informatie te vinden op de agenda op mijn website

Verder is er de Esoterra Podcast Marja de Vries, De Hele Olifant in Beeld, 10 maart 2020

En zijn er  twee video's voor iedereen te zien online:
De 5G presentatie van 5 juli 2020 in de Hanzehof in Zutphen
= op YouTube:  Informatieavond over 5G in de Hanzehof te Zutphen 
= op Bitchute: Informatieavond over 5G
= en op Brighteon: Informatieavond over 5G:

De Sophia mythe presentatie van 23 oktober 2020
= op Bitchute: De Sophia mythe, wétiko en zelforganisatie:
= op Brighteon: De Sophia mythe, wétiko en zelforganisatie

 

Tot zover het nieuws rond ‘De Hele Olifant in Beeld’, ‘Samenlevingen in Balans’ en mijn verdere werk.

Lieve groetjes,

Marja de Vries