Een wereldwijde beweging voor de Rechten van Moeder Aarde, deel 1


door Marja de Vries, augustus 2017


Wij, volken en landen van de Aarde,
Wij erkennen dat we allemaal deel zijn van Moeder Aarde, een ondeelbare, levende gemeenschap van onderling verbonden en onderling afhankelijke wezens met een gemeenschappelijk lot.

Wij erkennen in dankbaarheid dat Moeder Aarde de bron is van leven, voedsel en leren en dat zij ons alles verschaft wat we nodig hebben om goed te kunnen leven.


We realiseren ons dat het kapitalistische systeem en alle vormen van plundering, exploitatie, misbruik en vervuiling grote vernietiging, afbraak en ontwrichting van Moeder Aarde hebben veroorzaakt, waardoor het leven zoals we dat nu kennen in gevaar is gebracht door verschijnselen zoals klimaatverandering.

We zijn er van overtuigd dat in een onderling afhankelijke gemeenschap het niet mogelijk is om de rechten van alleen mensen te erkennen zonder een onbalans met Moeder  Aarde te veroorzaken.

We stellen dat om mensenrechten te garanderen het nodig is om de rechten van Moeder Aarde en alle wezens die een onderdeel van haar vormen te erkennen en dat er culturen, manieren en wetten bestaan om dat te doen.

We zijn ons bewust van de dringende noodzaak om zelfverzekerde, collectieve actie te ondernemen om de structuren en systemen die klimaatverandering en andere dreigingen voor Moeder Aarde hebben veroorzaakt, te transformeren.

 

Inleiding
Deze bovenstaande tekst is de inleiding van de ‘Universele Verklaring van de Rechten van Moeder Aarde’ die op 22 april 2010 in Cochabamba in Bolivia is opgesteld en aangenomen tijdens de Wereld Volksconferentie over Klimaatverandering en de Rechten van Moeder Aarde. Deze verklaring weerspiegelt de snel opkomende nieuwe – eeuwenoude - inzichten over de relatie van mensen met de natuur en de verantwoordelijkheid van mensen ten opzichte van de natuur. Steeds meer mensen realiseren zich, zowel dankzij kennismaking met het eeuwenoude wijsheid van Inheemse volken als ook mede dankzij recente wetenschappelijke inzichten, dat de westerse culturele overtuiging dat we als mens gescheiden zijn van de natuur niet overeenkomt met de realiteit.
Zodra we inzien dat we als mens net als al het andere leven een onlosmakelijk onderdeel zijn van het groter systeem van Moeder Aarde, wordt duidelijk dat een situatie waarbij we alleen de rechten van mensen erkennen, onvermijdelijk tot een onbalans in het hele systeem zal leiden. Om de balans te herstellen en om nieuwe vormen te vinden om in harmonie met de natuur te leven, is het daarom noodzakelijk om in de eerste plaats te erkennen dat niet alleen mensen rechten hebben, maar om ook de rechten van Moeder Aarde en dus van alles wat leeft te erkennen.
Na de opstelling van deze Universele Verklaring van de Rechten van Moeder Aarde en mede vanwege de teleurstellende resultaten van de COPs (VN Klimaatoverleg) is er op dit moment een snelgroeiende wereldwijde beweging aan het ontstaan, die bestaat uit een grote diversiteit aan individuen en groepen. De eeuwenoude en tegelijkertijd revolutionaire erkenning dat Moeder Aarde rechten heeft vormt de gemeenschappelijke visie van deze beweging, waardoor de traditionele scheidslijnen tussen de verschillende bewegingen wegvallen.
Met de ‘Universele Verklaring van de Rechten van Moeder Aarde’ als gemeenschappelijke uitgangspunt verenigen organisaties van inheemse volken, natuur- en milieubeschermers, sociale organisaties, advocaten en wetenschappers zich en lijkt er een ingrijpende transformatie op gang te komen. De gemeenschappelijke inzet is de transformatie van de huidige situatie, die destructief is voor al het leven op deze planeet, naar manieren van leven die in harmonie zijn met de natuur en die het welzijn van alle mensen én al het leven op deze planeet tot doel hebben. Manieren van leven dus die in lijn zijn met de universele wetmatigheden.

Mijn pogingen om bij te dragen aan deze transformatie zijn tot nu toe het schrijven van mijn boeken De Hele Olifant in Beeld en Samenlevingen in Balans geweest. In De Hele Olifant in Beeld beschrijf ik het bestaan en de werking van de universele wetmatigheden, omdat ik tot het inzicht was gekomen dat als we ons leven leven in lijn met deze universele wetmatigheden, dat het dan niet alleen overeenkomt met wie we in essentie zijn, maar ook in balans en harmonie is met het grotere geheel en bijdraagt aan het welzijn van alle mensen en de Natuur.
In mijn boek Samenlevingen in Balans beschrijf ik samenlevingen waarbij – in tegenstelling tot de westerse cultuur - deze universele wetmatigheden een inherent onderdeel zijn van alle aspecten van de cultuur, waardoor niet alleen de cultuur in harmonie is met de natuur, maar bovendien mensen kunnen floreren. In dit tweede boek, beschrijf ik ook dat bij het opnieuw vormgeven van Samenlevingen in Balans, het herstel van onze innerlijke balans belangrijk zo niet primair is. Inmiddels werk ik al geruime tijd aan een derde boek, waarin vormen van organisatie van Samenlevingen in Balans centraal staan. Mijn hoop is dat ik met deze boeken een hoopvolle richting aan kan geven, een stip op de horizon, waar we in ieder geval als individuen naar toe kunnen werken door dat te doen wat nodig is om onze innerlijke balans te herstellen.
Op welke manier de ingrijpende transformatie van gehele samenlevingen - van de huidige Samenlevingen uit Balans naar het wereldwijd ontstaan van Samenlevingen in Balans - zich uiteindelijk zou voltrekken was me tot voor kort niet helemaal duidelijk. Dat was zo, totdat ik me recent verdiepte in de ontwikkelingen van deze snel groeiende Wereld Volksbeweging voor Moeder Aarde, waarbij de erkenning van de Rechten van Moeder Aarde centraal staan en het keerpunt lijken te zijn bij dit transformatieproces. In dit artikel beschrijf ik waarom het ethisch en juridisch erkennen van de rechten van de natuur een noodzakelijke stap lijkt bij het opgang brengen van deze ingrijpende transformatie.

Dit is deel 1 en deel 2 volgt zo spoedig mogelijk.

 

De Wereld Volksconferentie in april 2010 in Bolivia
Toen bij het VN topoverleg over de Klimaatverandering in Kopenhagen (COP15) in december 2009 de visies van de ontwikkelingslanden en inheemse volken werden genegeerd, er geen bindende afspraken werden gemaakt om de uitsloot van broeikasgassen te beperken, en er geen aandacht werd besteed aan de achterliggende oorzaken van de klimaatverandering, besloot Evo Morales, president van de plurinationale staat van Bolivia, zelf Aymara en de eerste inheemse president van Bolivia, om het magere klimaatverdrag van Kopenhagen niet te ondertekenen. In plaats daarvan kondigde hij aan om in april 2010 in Bolivia een Wereld Volksconferentie over Klimaatverandering en de Rechten van Moeder Aarde te zullen organiseren met het doel om zo mensen van inheemse volken van over de hele wereld, actiegroepen, wetenschappers, klimaatactivisten en delegaties van regeringen met elkaar in contact te brengen.
Deze bijeenkomst, die plaatsvond van 19-22 april 2010 in Cochabamba in Bolivia, werd bijgewoond door zo’n 35.000 mensen waarbij vooral inheemse volkeren goed vertegenwoordigd waren. Eén derde van de aanwezigen waren buitenlanders van over de hele wereld en afkomstig uit 140 landen. De gesprekken op de conferentie in Cochabamba gaven ook de armste mensen op aarde, die het meeste te lijden hebben van de klimaatverandering, een stem.
Op deze Wereld Volksconferentie werd vastgesteld dat onze Moeder Aarde gewond is en de toekomst van de mensheid in gevaar. Want Moeder Aarde is niet slechts een bron die geëxploiteerd kan worden en gezien als natuurlijk kapitaal of handelswaar, maar in plaats daarvan de bron van al het leven. Daarom, zo was het gemeenschappelijke inzicht, is het op dit moment noodzakelijk om in het belang van al het leven, alle mensen van de wereld en de toekomstige generaties de natuur op een andere manier te beschermen. Met dat als uitgangspunt  werd de ‘Universele Verklaring van de Rechten van Moeder Aarde’ opgesteld en onderschreven de aanwezigen de noodzaak om de natuur te beschermen door ethisch en juridisch te erkennen dat niet alleen mensen, maar ook de natuur en Moeder Aarde rechten hebben.
De Verklaring maakt ook duidelijk dat het niet slechts een manifest met mooie intenties betreft, maar dat het de stellige bedoeling is van de opstellers en ondertekenaars, om vervolgens daadwerkelijk actie te ondernemen: “We hebben deze Universele Verklaring van de Rechten van Moeder Aarde opgesteld en roepen de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties op om dit over te nemen, als een gemeenschappelijk door alle (...) volken en alle landen van de wereld te bereiken ideaal, en met het doel dat ieder individu en iedere instelling de verantwoordelijkheid neemt om het respecteren van de rechten, zoals beschreven in deze Verklaring, (...) verder bekend te maken via onderwijs, educatie en bewustwording en om door snelle en voortvarende maatregelen en mechanismen, op nationaal en internationaal niveau, de universele en daadwerkelijke erkenning en naleving er van door alle volken en landen in de wereld te garanderen.”

De tekst van de Universele Verklaring (UV) bestaat uit drie delen: allereerst is er een beknopte, holistische beschrijving van Moeder Aarde als een levend wezen en als een uniek ondeelbaar, zelfregulerende gemeenschap van onderling verbonden wezens die alle wezens ondersteunt, bevat, en steeds weer opnieuw voortbrengt. Dan volgt een toelichting van de inherente rechten van Moeder Aarde en alle wezens die onderdeel van haar uitmaken, waarbij de term ‘wezen’ ook verwijst naar ecosystemen, natuurlijke gemeenschappen, soorten en alle andere natuurlijke entiteiten die bestaan als onderdeel van Moeder Aarde.
En tot slot bevat het een uitgebreide toelichting van wat in deze context de verplichtingen van de mens aan Moeder Aarde zijn. De Verklaring stelt dat het de verantwoordelijkheid is van ieder mens om de rechten van Moeder Aarde te verdedigen en beschermen en waar nodig te herstellen. Bovendien stelt het dat het de verantwoordelijkheid is van ieder mens om te leven in harmonie met de Aarde, om ons zo nodig te verdiepen in wat het betekent om in harmonie met Moeder Aarde te leven en om “economische systemen te bevorderen die in harmonie zijn met Moeder Aarde en in overeenstemming met de rechten, zoals gesteld in deze Verklaring”. (zie de volledige tekst hier en/of onderaan dit artikel).
Allereerst kunnen we aspecten van de universele wetten in de tekst herkennen. Het eerste deel verwijst naar de Wet van Eenheid en de Wet van Ritme, en in het tweede en derde deel - waarin zowel rechten als verplichtingen voor mensen beschreven worden - kunnen we de Wet van Dynamische Balans herkennen, die onder andere de dynamische belans tussen vrije wil en verantwoordelijkheid beschrijft en dus ook de dynamische balans tussen rechten en plichten.
Bovenal is de Universele Verklaring echter een richtlijn voor de toekomst van de mensheid en maakt duidelijk dat een veel krachtiger commitment nodig is willen we als mensheid met succes in een veilige richting en een duurzame toekomst bewegen. De radicale ‘Universele Verklaring van de Rechten van Moeder Aarde’ is dan ook niet alleen een voorstel om de balans te herstellen, maar ook om te beginnen met het vormen van een nieuwe samenleving. In feite is het een oproep aan de gehele mensheid om bij te dragen aan de transformatie van zowel wereldbeelden als sociale structuren en instellingen, die bijdragen aan de vernietiging van de natuur. Kortom, het vormt de kern van een wereldwijde campagne om ‘Moeder Aarde’ te beschermen en de hoop is dat de Universele Verklaring van de Rechten van Moeder Aarde op een dag een van de richtinggevende verdragen van de wereldgemeenschap zal zijn, naast de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens uit 1948.

 

De Rechten van de Mens in de context van de Rechten van Moeder Aarde
In feite kan deze ‘Universele Verklaring van de Rechten van Moeder Aarde’ worden beschouwd als een noodzakelijke aanvulling op de ‘Universele Verklaring van de Rechten van de Mens’, die in 1948 door de Verenigde Naties is aangenomen. Want wanneer we erkennen dat de natuur de basis van het leven zelf is, dat mensen een onderdeel zijn van de natuur en dat de onderlinge afhankelijkheid van mensen en de natuur primair is, dan wordt het duidelijk dat de Rechten van de Mens zoals beschreven in de ‘Universele Verklaring van de Rechten van de Mens’, zinloos worden als de Aarde het leven niet in stand kan houden. Alle rechten, inclusief de Rechten van de Mens zijn afhankelijk van de gezondheid en de vitaliteit van de levende systemen op Aarde. Alle andere rechten zijn afgeleid van deze Rechten van de Natuur. (1)
De Rechten van de Natuur zijn dan ook alles behalve een radicaal idee, maar in plaats daarvan is het gebaseerd op de onontkoombare realiteit dat alles en iedereen onderling verbonden is. Als wij als mensen een onlosmakelijk onderdeel vormen van de natuur en van Moeder Aarde – of van Gaia, zoals beschreven in de Gaia Theorie van de Britse wetenschappers James Lovelock en Lynn Margulis - en op deze planeet samenleven op onderling verbonden en onderling afhankelijke manieren, dan is het logisch dat niet alleen mensen rechten hebben, maar dat alles wat leeft inherente rechten heeft. De Gaia Theorie stelt dat de Aarde gezien kan worden als een levende entiteit die een regulerende functie heeft voor al het leven. Dat betekent dat de natuur haar eigen regels heeft die uiteindelijk gebaseerd zijn op werking van de universele wetmatigheden die ten grondslag liggen aan het gehele universum. Die wetmatigheden van de natuur die tot uiting komen in coherentie, onderlinge relaties, het handhaven van situaties van dynamische balans, reproductie en transformatie hebben miljoenen jaren gewerkt.
Inheemse volken laten ons weten dat “we allemaal verbonden zijn” en verwijzen daarmee naar het inzicht dat al het leven op deze planeet onderling verbonden is, een inzicht dat uiteindelijk ook wetenschappelijk is vastgesteld aan de hand van het begrip kwantumverstrengeling. Omdat ook wij mensen vanuit dit perspectief niet alleen een onderdeel zijn van de wereld van de natuur, maar bovendien onderling verbonden en onderling afhankelijk van de natuur, doen we er goed aan om die wereld, niet aan te tasten. De Aarde kan namelijk worden beschouwd als een levensondersteunend systeem dat de context vormt waarbinnen wij mensen ons leven leven. Op basis hiervan kunnen we ook stellen dat de gezondheid en de vitaliteit van de natuur, waar we als mensen een onlosmakelijk onderdeel van vormen, heilig is. Het is onze verantwoordelijkheid om te leven binnen de natuurlijke ordening, die heilig is voor al het leven op aarde.(2)
Zeggen dat alles dat leeft binnen het Aarde systeem inherente rechten heeft, betekent niet dat het er om gaat dat wij mensen de natuur inherente rechten ‘geven’.  Net zoals de fundamentele mensenrechten bestaan eenvoudig omdat mensen bestaan, bestaan de inherente rechten van de natuur omdat de natuur bestaat. De Universele Verklaring stelt dat Moeder Aarde en alle wezens aanspraak kunnen maken op deze inherente rechten, zoals het recht om te leven, te bestaan, te floreren en om zich te ontwikkelen. Het betekent ook het recht op water als bron van leven, het recht op schone lucht en het recht op volledige gezondheid.
Wanneer we in staat zijn om deze onderlinge samenhang waar te nemen, wordt het duidelijk dat het een ernstige vergissing is om er vanuit te gaan dat alleen mensen deze privileges zouden hebben, terwijl andere levende wezens slechts objecten zouden zijn die wij als mensen op een roekeloze wijze zouden kunnen gebruiken. In een onderling afhankelijk systeem waarbinnen mensen slechts een onderdeel zijn van het geheel, is het eenvoudig niet mogelijk om alleen de rechten van mensen te erkennen zonder een onbalans in het systeem te veroorzaken. Door het negeren van de basisrechten van alles wat leeft betalen wij en de Aarde een steeds grotere prijs. Het behandelen van ecosystemen als bezit heeft de mensheid op de rand van de ecologische afgrond gebracht, want een van de gevaren die momenteel dreigt als we zo door gaan is, dat de levensondersteunende systemen van de Aarde onherstelbaar beschadigd worden.
Het erkennen van de Rechten van de Natuur betekent tegelijkertijd ook, dat mensen, als onderdeel van de Natuur, dezelfde inherente rechten hebben als de Natuur. In feite bestaat er ook geen scheiding tussen hoe we met de Natuur om gaan en hoe we met elkaar omgaan. Integendeel, Inheemse volken vertellen ons, dat er een directe relatie bestaat tussen het erkennen van de Rechten van de Natuur en het erkennen van de Rechten van de Mens, want het erkennen van de Rechten van de Natuur ondersteunt ook wederzijds verzorgende relaties tussen mensen onderling. De Universele Verklaring stelt ook dat ieder wezen het recht heeft op een plek en om zijn of haar rol te spelen bij het harmonieus functioneren van Moeder Aarde. Dat betekent dat de rechten niet identiek zijn voor alle wezens of delen van het Aarde systeem, aangezien niet alle elementen identiek zijn. Zo is bijvoorbeeld het specifieke recht van een rivier het recht om te kunnen stromen en dit recht wordt aangetast, wanneer door het aanbrengen van te veel dammen het water niet langer naar de zee kan stromen.
Het slechts erkennen dat de natuur rechten heeft is niet voldoende. Wanneer we de Rechten van Moeder Aarde, zoals die in de ‘Universele Verklaring van de Rechten van Moeder Aarde’ beschreven staan, erkennen, worden we ook geconfronteerd met de verantwoordelijkheden en verplichtingen van ons als mensen ten opzichte van de Aarde en al haar wezens. De Universele Verklaring stelt expliciet dat wij als mensen onze verantwoordelijkheden zullen moeten aanvaarden om er voor te zorgen dat de rechten van de natuur niet geschonden worden en dus om zorg te dragen voor het welzijn van Moeder Aarde en al het leven. Het betekent ook dat we de schade die we als mensen  hebben aangebracht zullen moeten herstellen en de ecosystemen waar ons welzijn afhankelijk van is moeten beschermen.

 

De noodzaak om de wetten aan te passen
De Universele Verklaring voor de Rechten van Moeder Aarde kan gezien worden als een beschrijving van het wereldbeeld van inheemse  volkeren. Het is gebaseerd op een holistisch wereldbeeld, waarin alles gezien wordt als deel van een groter levend geheel en waarbinnen alles onderling verbonden is, een wereldbeeld dat bevestigd wordt door de inzichten van de kwantum fysica. Dit inheemse wereldbeeld is in de Universele Verklaring vertaald in de taal van het recht, de taal die gebruikt wordt voor internationaal overleg. Dat maakt het mogelijk dat Universele Verklaring voor de Rechten van Moeder Aarde net zo’n invloed op de samenlevingen kan hebben als de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens – het is niet ‘bindend’, maar het heeft wel invloed. Op een vergelijkbare manier waarop de Rechten van de Mens dankzij de erkenning door de Verenigde Naties van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens in 1948 het politieke terrein in positieve zin heeft beïnvloed, kan de opstelling van de Universele Verklaring van de Rechten van Moeder Natuur gezien worden als een eerste stap in de richting van verandering.
Echter om daadwerkelijk in staat te zijn om de verantwoordelijkheid op ons te nemen om de natuur te beschermen en om de destructieve manier, waarop het huidige economische systeem de natuur behandelt als een onuitputtelijke bron van handelswaar waarmee winst gemaakt kan worden, te stoppen, is het dringend nodig dat de Rechten van de Natuur ook juridisch erkend worden. Want zolang de bestaande wetgeving de Rechten van de Natuur niet erkent en niet ziet als essentiële bijdrage aan het functioneren van het Aarde systeem, is het niet werkelijk mogelijk om de rechten van rivieren en ecosystemen effectief te beschermen.
Onze huidige milieuwetten blijken grotendeels niet in staat om overexploitatie van natuurlijke gebieden, waterwegen, vervuiling van water, het uitsterven van diersoorten en het verdwijnen van leefgebieden te voorkomen. Dit is voor een groot deel het gevolg van het feit dat de meeste wetgeving zo opgesteld is dat de mens daarin centraal staat en dat het doel van de wetgeving is om de economie te ondersteunen bij het verwerven van korte termijn winst. Op deze manier is niet alleen de huidige economie maar ook de bestaande wetgeving een weerspiegeling van de westerse culturele overtuiging, dat de natuur er slechts is voor de mensen om te gebruiken, waardoor de natuur uitsluitend gezien wordt als objecten, en als bezit dat kan worden geëxploiteerd en niet als een gelijkwaardige ecologische partner met eigen rechten om te bestaan en te floreren. Als gevolg hiervan worden juridisch zorgen over het milieu in het algemeen als ondergeschikt beschouwd aan de wens tot economische groei.
Dat betekent ook dat de oplossing niet gevonden kan worden in nog meer milieuwetten, maar dat er een ingrijpende verandering nodig is in de jurisprudentie – de achterliggende filosofie van de wetgeving. Het vraagt om het creëren van een filosofie van wetgeving die de realiteit, dat menselijke samenlevingen onderdeel zijn van een wijdere Aarde gemeenschap, weerspiegelt en die tot doel heeft om al het leven van de Aarde gemeenschap te dienen. Daarvoor is het nodig om de bestaande wetgeving zodanig te veranderen dat niet langer de mens, maar de natuur en het leven zelf centraal staan. Dat maakt een wetgeving mogelijk waarbinnen de natuur – soorten en ecosystemen – wettelijke rechten krijgen om te bestaan, te floreren, hun eigen natuurlijke capaciteiten te vernieuwen en de vrijheid om de rollen die inherent zijn aan hun soort of systeem uit te oefenen. Op die manier kan een juridisch systeem de rechten van alle aspecten van de Natuur erkennen en beschermen en zo bijdragen aan de coherentie en het gezond functioneren van het geheel. Bovendien kan dat inheemse en niet-inheemse gemeenschappen in staat stellen om op te treden als beschermers van rivieren, bossen en ecosystemen en onze menselijke acties en economie in een passende relatie plaatsen met de natuurlijke ordening waar we een onderdeel van zijn. Het is een wetgeving die mensenrechten en de rechten van inheemse volken ondersteunt en zowel kan helpen om de schade aan de natuurlijke wereld te keren, als verdere toekomstige schade te voorkomen. Zo kan de Universele Verklaring voor de Rechten van Moeder Aarde functioneren als een hedendaagse vorm van de Oorspronkelijke Instructies, om die vervolgens in lokale, nationale en internationale wetgeving op te nemen.

 

Verandering van het Wereldbeeld
Voor mensen uit de dominante samenlevingen, die zich bewust of onbewust het westerse reductionistisch, dualistisch en mechanistisch wereldbeeld hebben eigen gemaakt, waarin alles gezien wordt als losse onderdelen die van elkaar gescheiden zijn, het universum opgevat wordt als een grote machine en mensen dominant zijn over de natuur, betekent het onderschrijven van de Universele Verklaring voor de Rechten van Moeder Aarde een ingrijpende verandering van hun wereldbeeld. Het betekent bovenal een ingrijpende verandering in de relatie die wij als – westerse - mensen hebben met de natuur.
Het betekent het loslaten van de culturele antropocentrische overtuiging dat we zelf geen onderdeel uit maken van de natuur, maar gescheiden leven van de natuur en de Aarde. En van de overtuiging dat de aarde en de natuur het bezit zijn van mensen, op basis waarvan we ons de natuur kunnen toe-eigenen, kunnen domineren en/of beschouwen als natuurlijke kapitaal. Het betekent accepteren, dat net zo als we andere mensen niet kunnen beschouwen als slaven, en net zo als mannen vrouwen niet kunnen beschouwen als bezit waar zij een dominante relatie mee kunnen hebben, we als mensen ook de natuur niet kunnen beschouwen als bezit, of daar een dominante relatie mee kunnen hebben.
In plaats daarvan vraagt het van ons om de realiteit te accepteren dat de mensheid niet kan bestaan buiten de Natuur en ons bewust te worden van de onontkoombare realiteit dat we niet alleen een onderdeel zijn van de Natuur, maar bovendien allemaal onderling verbonden zijn. De realiteit is dat de Aarde ons thuis is, dat bestaat uit een gemeenschap van onderling afhankelijke wezens en delen die samen een geheel vormen, een systeem, een eenheid van al het leven.
Deel zijn van deze essentiële eenheid betekent dat wij mensen en onze sociale systemen onlosmakelijk ingebed zijn binnen en beïnvloed worden door de context van de grotere Aarde gemeenschap. Omgekeerd beïnvloedt alles wat wij doen al het andere. Als we een onderdeel van de natuur zijn en de Aarde ons thuis, dan zijn de agressie tegen Moeder Aarde en de veelvuldige aantastingen en misbruik van de grond, de lucht, de bossen, rivieren, meren en biodiversiteit aanvallen tegen onszelf.
Met andere woorden, het vraagt van ons om te accepteren dat wij mensen bestaan als onderdeel van de Aarde gemeenschap. Die realiteit maakt het nodig dat we een relatie met de natuur aan te gaan op basis van gelijkwaardigheid. Het maakt duidelijk dat we er goed aan doen om zorg dragen voor het welzijn van de Aarde, omdat dat de Aarde de bron is van ons eigen welzijn. Daarom is het nodig dat de manier waarop we onszelf organiseren coherent is met deze context en als doel heeft om te verzekeren dat het streven naar menselijke welzijn niet de integriteit van de Aarde ondermijnt. Kortom, het vereist dat we ons leven vormgeven in lijn met de Wetten van de Natuur die ten grondslag liggen aan al het leven.(3)

 

Het ‘Akkoord der Volkeren’ en het begrip ‘Living well’
Tijdens de Wereld Volksconferentie in april 2010 in Bolivia werd behalve de Universele Verklaring voor de Rechten van Moeder Aarde bovendien het ‘Akkoord der Volkeren’ aangenomen. Hierin vinden we een nadere toelichting over de sociale, economische en politieke consequenties van het erkennen van de Rechten van Moeder Aarde en het streven naar een leven in harmonie met de natuur. Allereerst stelt het Akkoord: “De mensheid staat voor een groot dilemma: doorgaan op het pad van het kapitalisme, plundering en dood, of kiezen voor de weg van harmonie met de natuur en respect voor het leven.” In mijn boek Samenlevingen in Balans beschrijf ik diezelfde situatie als de keuze tussen doorgaan als Samenleving uit Balans ‘in de burcht’ of kiezen voor de transformatie naar Samenlevingen in Balans ‘bij de rivier’.
Het Akkoord der Volkeren pleit er voor om de eeuwenoude principes, inzichten, kennis en spiritualiteit van de inheemse volkeren op basis waarvan het mogelijk is om in harmonie met Moeder Aarde te leven, opnieuw te ontdekken en aan te leren om zo in staat te zijn om de vernietiging van de planeet te stoppen. “Wij stellen de volken van de wereld voor om te komen tot herstel, herwaardering en versterking van de kennis, wijsheid en eeuwenoude praktijken van inheemse volken, die tot uiting worden gebracht in de ervaring en het idee van 'Living well', met erkenning van onze Moeder Aarde als een levend wezen, waarmee wij een ondeelbaar, onderling afhankelijk, complementair en spirituele relatie hebben,” aldus het Akkoord.
Het begrip ‘Living well’ verwijst naar een manier van even die in harmonie is met de natuur en wordt ook omschreven als ‘leven in harmonie met de natuur om goed te leven’. Het is de vertaling van sumac kausay in Quechua (de taal van inheemse volken in de Andes), dat in het Spaans vertaald wordt als buen vivir en waarnaar in de Tzeltal taal van Chiapas in Mexico wordt verwezen met el lekil kuxlejal. Het verwijst naar de vele verschillende vormen die de verschillende Inheemse Volken verspreid over de hele wereld hebben ontwikkeld om in harmonie met de natuur te leven.(4) Hoewel er een grote diversiteit bestaat in de praktische uitvoering daarvan kennen al die verschillende vormen tegelijkertijd gemeenschappelijke principes.
‘Living well’ is gebaseerd op de principes van: harmonie in onderlinge relaties en harmonie met de natuur; complementariteit, solidariteit en gelijkheid; collectief welzijn, gezondheid, autonomie en bevrediging van de basisbehoeften voor iedereen; respect voor de rechten van Moeder Aarde en voor de Mensenrechten; erkenning van mensen voor wat ze zijn, niet voor wat ze bezitten; vormen van persoonlijke en collectieve groei die passend is voor de lokale situatie; uitbanning van alle vormen van kolonialisme, imperialisme en interventionisme en vrede tussen de volkeren en met Moeder Aarde.
Het ‘Akkoord der Volkeren’ benadrukt dat ‘Living well’ betekent dat Inheemse mensen er niet naar streven om als individu steeds ‘beter’ te leven, zoals kenmerkend is voor de dominante samenlevingen, maar in plaats streven naar situaties waarbij iedereen ‘goed’ kan leven. Hiermee verwijzen ze impliciet ook naar het inzicht dat harmonie met de natuur slechts mogelijk is als er ook gelijkheid tussen de mensen zelf is. Kortom, het begrip ‘Living well’ (buen vivir, sumac kausay) lijkt hetzelfde te zijn als waar andere Inheemse volken naar verwijzen met het begrip leven volgens ‘de Oorspronkelijke Instructies’. De  ‘Oorspronkelijke Instructies’ is een begrip dat verwijst naar de richtlijnen die ‘aan de mensen zijn gegeven aan het begin der tijden’ en die duidelijk maken hoe we als mensen in balans met al onze relaties en de intelligente krachten van de natuur kunnen leven.(5)
Om de klimaatverandering het hoofd te bieden is het noodzakelijk, zo stelt het ‘Akkoord der Volkeren’, om nieuwe systemen te smeden, die de harmonie tussen natuur en mens herstelt. Voor inheemse culturen is duidelijk dat het enige wat werkelijk effectief zal zijn bij dit alles, een ingrijpende verandering in de relatie van – westerse - mensen met de natuur en op basis daarvan een andere manier van leven.
Gezien het ontbreken van de politieke wil van de ontwikkelde landen om effectief te voldoen aan de verplichtingen krachtens het VN-Raamverdrag en het Protocol van Kyoto, en gezien het ontbreken van een internationaal juridisch orgaan ter bescherming en sanctionering van klimaat- en milieu misdaden die de rechten van Moeder Aarde en de mensheid schenden, roept het ‘Akkoord der Volkeren’ bovendien op tot de oprichting van een Internationaal Tribunaal voor Klimaat en Milieu, om staten, bedrijven en mensen die door betrokkenheid of nalatigheid vervuilen en klimaatverandering veroorzaken, aan te klagen.
En om bij dit alles de internationale activiteiten te coördineren wordt opgeroepen tot de vorming van een Wereld Volksbeweging voor Moeder Aarde, die een brede en democratische ruimte biedt voor de coördinatie en de gezamenlijke wereldwijde acties.(6)



Wat ging er aan de opstelling van de Universele Verklaring vooraf?
Hoe was het mogelijk dat een zeer divers gezelschap van zo’n 35.000 mensen van over de hele wereld van 19 tot 22 april 2010 bijeenkwamen en niet alleen de ‘Universele Verklaring van de Rechten van Moeder Aarde’ opstelden, maar bovendien daarmee daadwerkelijk een wereldwijde beweging rond de Rechten van Moeder Aarde initieerden en zo een gemeenschappelijke koers voor de toekomst van de mensheid uitzetten?
Wat hier in ieder geval bij meespeelde was het feit dat mensen die betrokken waren bij een aantal zeer verschillende initiatieven op blijkbaar precies het juiste moment elkaar allemaal vonden in Bolivia. Hieronder zal ik een aantal van die initiatieven kort aankaarten.

 

Het initiatief van inheemse volken
Allereerst is daar de jarenlange strijd van Inheemse volken. Hoewel de Universele Verklaring van de Mensenrechten in 1948 door de Verenigde Naties werd aangenomen, hebben Inheemse volken zich jarenlang gezamenlijk in moeten zetten om erkend te krijgen dat ook zij rechten hebben. Hun gezamenlijke inspanningen leidden er toe dat de VN  in 1993 het Internationale Decennium van de Inheemse Volken van de Wereld uitriep en in samenhang hier mee 9 augustus als de Internationale Dag van Inheemse volken. Dat werd gevolgd door het instellen van een Permanent Forum voor Inheemse Kwesties bij de VN in 2000. Al hun inspanningen leidden er tenslotte bijna 60 jaar na het aannemen van Universele Verklaring van de Mensenrechten in 2007 – dus pas 10 jaargelden –  toe, dat de Universele Verklaring van de Rechten van Inheemse Volkeren door de Verenigde Naties werd aangenomen.
Na aanname van de Universele Verklaring van de Rechten van Inheemse Volkeren door de VN zijn de Inheemse volken onvermoeibaar doorgegaan om te strijden voor de volledige erkenning, implementatie en integratie van deze Rechten bij de onderhandelingen over klimaatverandering.(7) Een belangrijke reden hiervoor was dat ze tot de conclusie waren gekomen dat het kunnen voortbestaan van de manier van leven van Inheemse volken voor een groot deel afhankelijk is van de afspraken en overeenkomsten over de klimaatverandering. Inheemse Volken die al decennia lang geconfronteerd zijn geweest met de vernietiging van hun natuurlijk leefomgeving  als gevolg van de westerse economie, hebben recent ook het meest te lijden van de gevolgen van de fossiele brandstof industrie en de klimaatveranderingen.
Zo hebben de Inheemse volken in de poolgebieden te maken met de gevolgen van klimaatverandering in de vorm van het smelten van de permafrost. First Nations in Canada lijden onder de gevolgen van de teerzand extracties die de lucht, het water en de grond hebben vergiftigd samen met de gezinnen en dieren die daar leven. In Noord Dakota hebben de First Nations met vergelijkbare omstandigheden te maken als gevolg van het fracken van Bakken olie. Sommige gezinnen zijn genoodzaakt om voor het baden van hun kinderen gebotteld water te kopen omdat het water dat hun de kraan komt zo vervuild is, dat het huiduitslag en andere huidziekten veroorzaakt. In Lousiana heeft de Houma Nation nog steeds te maken met de giftige gevolgen van de BP ramp in de Golf van Mexico. En in Brits Colombia, in Canada voeren de Unist’ot’en actie tegen de geplande pijpleidingen door hun gebied. “Deze pijpleidingen zijn een soort giftige aderen die de fossiele brandstof bedrijven willen bouwen om hen in staat te stellen om ook de allerlaatste cent uit de buik van Moeder Aarde te kunnen persen,“ schrijft Pennie Opal Plant, die zelf Yaqui, Mexicaanse, Choctaw, Cherokee en Europese voorouders heeft in haar artikel We Are All Related – working together to fight fossil fuels.(8) Maude Barlow en Meera Karunananthan schrijven in hun artikel ‘The Global Water Crisis Demands a Paradigm Shift’ dat zowel als gevolg van de teerzanden in Canada en bij de grote mijnprojecten in Latijns Amerika er inmiddels onnatuurlijk hoge percentages van kanker, huidziekten, geboorteafwijkingen zijn en ook ziekten bij vissen en vee die van levensbelang zijn voor de inheemse bevolking om te kunnen overleven.(9)

De relatie tussen klimaatverandering en ontkennen van Rechten van Inheemse volken
In feite blijkt er een directe relatie te bestaan tussen de wereldwijde klimaatverandering en het ontkennen van de inherente Rechten van Inheemse Volken. Daarom eisen Inheemse volken klimaatrechtvaardigheid, dat wil zeggen dat de collectieve rechten van Inheemse volken op hun bossen, land, water en grondstoffen, inclusief hun recht op zelfbeschikking en permanent zelfbestuur over hun land, worden gerespecteerd, beschermd en nagekomen in lijn met de Universele Verklaring voor de Rechten van Inheemse Volken. (10)
Tijdens het Wereld Topoverleg van Inheemse Volken  over Klimaatverandering, dat plaatsvond in april 2009 in Alaska, werd daarom de ‘Verklaring van Anchorage’ aangenomen. In deze verklaring werd voorgesteld om de onderhandelingen over klimaatverandering te laten plaatsvinden in overeenstemming met de ‘Universele Verklaring voor de Rechten van Inheemse Volken’.
In dat kader eisen ze de erkenning van hun ooit bestaande rechten op land, territoria en natuurlijke hulpbronnen en de teruggave en het herstel van natuurlijke goederen, water, bossen en oerwouden, meren, oceanen en heilige plaatsen die hun afgenomen zijn. Want, zo leggen ze keer op keer uit, het is nodig om onze traditionele manieren van leven mogelijk te maken en te versterken als een effectieve manier om de integriteit van de natuur te bewaren en om bij te dragen aan het oplossen van het klimaatprobleem. Hun voorstel is dat in het kader van het verminderen van de klimaatverandering er een beleid komt waarbij beschermde natuurlijke gebieden onder het direct beheer van Inheemse Volken komen, omdat zij hebben laten zien te beschikken over traditionele ervaring en kennis rond het duurzaam beheer van de biodiversiteit van bossen en oerwouden. In dat kader wijzen ze op het belang van het opnieuw op waarde schatten van de technologieën en kennis van Inheemse volken en om dat mee te nemen bij het klimaatbeleid, aangezien deze kennis complementair is aan de Westerse technologieën en kennis.
Om het probleem van klimaatverandering het hoofd te kunnen bieden, is het in de visie van Inheemse volken noodzakelijk dat de mensheid als geheel opnieuw contact maakt met haar oorsprong. Want zo stellen ze, als we teruggaan naar de eeuwenoude en Inheemse wortels die wereldwijd gedeeld worden, zullen we stuiten op dat wat ons verbindt en op basis waarvan we ons kunnen verenigen om wereldwijde inclusieve overeenstemmingen te bereiken bij het nastreven van een gezamenlijk doel. Daarom stellen ze voor om op basis van eeuwenoude Inheemse kennis en wijsheid alternatieve manieren van leven vorm te geven, als een manier om de klimaatverandering het hoofd te bieden. Op die manier zal het mogelijk worden om oorspronkelijke culturele praktijken te versterken en om vormen van collectieve organisatie te creëren voor het duurzaam gebruik en beheer van natuurlijke hulpbronnen, het verzekeren van de rechten van inheemse volken en het promoten van traditionele kennis van en ideeën over leven in harmonie met Moeder Aarde. Kortom, wat er in hun ogen nodig is, is een systeemverandering in plaats van klimaatverandering.
Echter, de internationale onderhandelingen rond de klimaatverandering hebben Inheemse Volken systematisch buitengesloten…

 

Een Gedeelde Visie voor actie voor een gemeenschappelijke toekomst
Terwijl Inheemse volken van over de hele wereld zich verenigden en samenwerkten om te komen tot gemeenschappelijke constructieve oplossingen voor de wereldwijde problemen rond klimaatverandering, maar niet toegelaten werden tot de officiële klimaatonderhandelingen, hebben ook een aantal ontwikkelingslanden tijdens deze onderhandelingen getracht om hun krachten te bundelen. Die mogelijkheid was er tijdens de officiële Klimaattop in Bali in 2007 (COP13) toen er een werkgroep opgericht werd, met het doel om zich te richten op het vormen van een ‘Gedeelde Visie’, inclusief een visie voor lange termijn doelen. Aanvankelijk lag hierbij de focus op het vaststellen van een maximale gemiddelde stijging van de temperatuur. Omdat een stijging van de temperatuur van of 2°C het verdwijnen van verschillende eilanden, gletsjers en dieren en plantensoorten tot gevolg zou hebben, stelden het Verbond van Kleine Eiland Staten (AOISIS), de Afrikaanse Groep en de Minst Ontwikkelde Landen voor dat het doel ver onder de stijging van 1.5°C zou moeten zijn.
Maar de Plurinationale staat van Bolivia ging nog een stap verder en stelde voor dat - om de mensheid te redden en om zo’n klein mogelijk effect op Moeder Aarde te hebben - het na te streven doel zou moeten zijn om de stijging van de temperatuur onder de  1°C te houden. Bovendien stelde Bolivia dat de ‘Gedeelde Visie’ niet beperkt zou moeten worden tot het vaststellen van een maximaal aanvaardbare stijging in temperatuur, maar dat het o.a. ook zou moeten gaan over een gedeeld model van ‘ontwikkeling’ om het doel waarover men het eens was geworden te bereiken. Twee jaar later, gedurende de onderhandelingen in Barcelona in november 2009, voegde de Plurinationale staat van Bolivia hier bovendien aan toe dat “... de gedeelde visie ook een Verklaring voor de Rechten van Moeder Aarde en alle wezens die een onderdeel van haar uitmaken zou moeten betreffen.” Met andere woorden, de gedeelde visie voor de lange termijn zou ook moeten gaan over de noodzaak van een verandering in het huidige financiële en economische systeem en in de huidige consumptie en productie patronen.
Dat voorstel voor een Verklaring voor de Rechten van Moeder Aarde door Bolivia kwam niet zomaar uit de lucht vallen. Eerder dat jaar, op 22 april 2009, had de Algemene Vergadering van de VN het voorstel van Bolivia aangenomen om 22 april – sinds 1970 de ‘Dag van de Aarde’ – vanaf nu uit te roepen als ‘Internationale Dag van Moeder Aarde’. Hierdoor erkenden de lidstaten dat de Aarde ons gemeenschappelijk thuis is en gaven ze uitdrukking aan hun overtuiging dat het nodig is om harmonie met de natuur te promoten. Tegelijkertijd sprak de president van Bolivia, Evo Morales, tijdens zijn toespraak voor de Algemene Vergadering de hoop uit dat, terwijl de 20ste eeuw ‘de Eeuw van de Mensen Rechten’ werd genoemd, de 21ste eeuw bekend zou worden als ‘de Eeuw van de Rechten van Moeder Aarde’. Hij maakte bovendien van de gelegenheid gebruik om de lidstaten op te roepen om te beginnen met het ontwikkelen van een ‘Verklaring voor de Rechten van Moeder Aarde’. Dat zou een verklaring zijn, die het recht zou betreffen op leven voor alle levende wezens, het recht voor Moeder Aarde om vrij te zijn van besmetting en vervuiling en het recht op harmonie en balans tussen alle levende wezens.(11)
Een half jaar later, tijdens een bijeenkomst van ALBA (een organisatie bestaande uit negen Caribische en Latijns Amerikaanse landen, waaronder Bolivia) in oktober 2009, werd alvast een begin gemaakt met het opstellen van een tekst voor een Universele Verklaring voor de Rechten van Moeder Aarde.(12) Daarin werd onder andere gesteld dat we alleen door het veiligstellen van de Rechten van Moeder Aarde de bescherming van de Rechten van Mensen kunnen garanderen, aangezien mensen onderdeel zijn van een onderling afhankelijk systeem van planten, dieren, heuvels, bossen, oceanen en lucht, een systeem dat we Moeder Aarde noemen. Dat betekent dat de Aarde niet slechts een groep dingen is die we ons kunnen toe-eigenen, maar een groep natuurlijke wezens waarmee we moeten leren samen te leven in harmonie en balans terwijl we hun rechten respecteren, aldus de voorlopige verklaring. De negen landen van ALBA stelden bovendien vast dat de reden waarom we klimaatverandering en een veelheid aan andere milieu- en sociale problemen hebben is, omdat de meeste politieke systemen (of die nu gebaseerd zijn op kapitalisme of communisme) inherent destructief zijn, omdat ze geen rekening houden met de noodzaak om een balans te handhaven tussen de belangen van mensen en die van de andere leden van de Aarde Gemeenschap.(13)

 

Het begin van de erkenning van de Rechten van de Natuur in westerse landen
Tegelijkertijd was er ook in een aantal westerse landen op bescheiden schaal een begin gemaakt met een verandering in het denken over de relatie tussen mensen en de natuur in de vorm van het idee om de rechten van de natuur te erkennen. Dat proces was begonnen met het artikel Should Trees Have Standing? Toward Legal Rights for Natural Objects (1972) geschreven door de Amerikaanse professor in de rechten Christopher Stone. In dit artikel schreef hij dat onder de bestaande wetgeving de natuur werd gezien als rechteloos en – op een vergelijkbare manier als ooit slaven – door de wet beschouwd als een ding, als bezit, dat slechts bestaat voor het gebruik door de eigenaar.  Het artikel, dat in 1974 verscheen als boek, is een krachtige argumentatie voor het erkennen van de rechten van de natuur, zodat bijvoorbeeld een bos het legale recht zou hebben om te bestaan, om te leven.
Vervolgens was in 1989 het boek The Rights of Nature: A History of Environmental Ethics van professor Roderick Nash verschenen. In dit boek laat hij o.a. zien hoe gedurende de geschiedenis rechteloze groepen zoals slaven en vrouwen hebben gestreden voor de erkenning van hun rechten, en hoe die inzichten kunnen bijdragen om het proces voor de wettelijke erkenning van de rechten van de natuur op gang te brengen.(14)
Een doorbraak bij het inzicht in het belang van een fundamentele verandering van de relatie van mensen en de natuur in westerse landen was het boek The Great Work, Our Way into the Future (1999) van Thomas Berry (1914-2009). Hij was in tegenstelling tot Christopher Stone en Roderick Nash geen jurist maar theoloog, cultuurhistoricus, filosoof en voorstander van deep ecology. Hij benadrukte dat het voor onze ecologische en culturele overleving belangrijk is om een nieuwe pad in te slaan. In dat kader pleitte hij er voor om de bestaande ideeën over wetgeving en politieke systemen, die in feite de exploitatie van de Aarde legitimeren en aanmoedigen, zodanig te veranderen, dat ze in plaats daarvan die relaties tussen mensen en de rest van de biosfeer versterken en zowel voor mensen als voor de natuur voordelig zijn. (15) Deze transformatie in onze rol als – westerse - mens van een verstorende en uitbuitende factor naar een waarderende en heilzame aanwezigheid binnen het geheel waar we een onderdeel van zijn, is wat hij het Grote Werk noemt. Hij beschouwt dit Grote Werk als de meest noodzakelijke klus om er voor te zorgen dat wij en de Aarde zullen overleven. Volgens hem is inzicht in de werking van het universum noodzakelijk om als individu en als mensheid goed te kunnen functioneren binnen het grotere geheel, omdat het ons helpt om ons spiritueel af te stemmen en zo onze plek in de natuurlijke wereld in te nemen op basis van een ethiek van verantwoordelijkheid en zorg voorde aarde.
Inmiddels hadden de Britse wetenschappers James Lovelock en Lynn Margulis al in 1974 hun Gaia Hypothese gepubliceerd en had het idee van de Aarde als een zelfregulerend systeem als de Gaia Theorie een brede wetenschappelijke erkenning gekregen. Volgens de Gaia Theorie zijn we allemaal deel van een Aarde systeem dat gevormd wordt door de atmosfeer (de dampkring), de lithosfeer (het buitenste deel van de vaste Aarde), de hydrosfeer (het geheel van water op, onder en boven het oppervlak van de Aarde dat bestaat uit oceanen, zeeën, rivieren, meren, sneeuw- en ijsmassa’s en grondwater) en de biosfeer (het gedeelte van de Aarde waar leven mogelijk is en dat zich bevindt in de hydrosfeer, de atmosfeer en de lithosfeer. Wij mensen zijn slechts een element van de biosfeer.
De Gaia Foundation in London beschouwde The Great Work van Thomas Berry en het concept van Aarde Recht van fundamenteel belang voor hun werk. Toen Thomas Berry in 2001 bovendien The Origin, Differentiation and Role of Rights opstelde, waarin hij in 10 punten beschreef, hoe alle leden van de Aarde gemeenschap inherente rechten bezitten, organiseerde de Gaia Foundation, in april 2001 een gedenkwaardige bijeenkomst in Virginia, USA.  Een internationale groep bestaande uit juristen, ecopsychologen, antropologen en milieudeskundigen, hadden een ontmoeting met Thomas Berry met het doel om gezamenlijk de uitdaging aan te gaan en te onderzoeken wat het in de praktijk zou betekenen om de natuur wettelijke rechten toe te kennen.(16)  Daar ontstond ook het idee dat het goed zou zijn om een aantal ideeën die daar naar voren gekomen waren op te schrijven en de Zuid-Afrikaanse milieuadvocaat Cormac Culligan nam die taak op zich. Hij schreef het boek Wild Law, A Manifesto for Earth Justice (2002) waarin hij zorgvuldig beargumenteert waarom natuurlijke gemeenschappen en ecosystemen erkend zouden moeten worden als rechtspersonen met legale rechten. Het boek werd vlak voor het Wereld Topoverleg over Duurzame Ontwikkeling (WSSD) in september 2002 in Johannesburg gepubliceerd, zodat er direct een wereldwijde aandacht voor kon ontstaan.(17)
Geïnspireerd door het werk van Thomas Berry ontstond bovendien in 2006 het Center for Earth Jurisprudence (CEJ) in Florida als het eerste instituut gewijd aan Aarde Recht en het streven naar het ontwikkelen van een filosofie en praktijk waarbij de rechten van de natuur worden gerespecteerd en mensen worden erkend als integrale leden van de Aarde gemeenschap.(18)

CELDF en Rechten van de natuur in lokale wetgeving in de USA
Onafhankelijk van de gebeurtenissen rond het werk van Thomas Berry en een aantal jaren voordat de Universele Verklaring voor de Rechten van Moeder Aarde in 2010 in Bolivia werd aangenomen, was er in de USA bovendien al een begin gemaakt met het proces om de Rechten voor de Natuur vastleggen in lokale wetgeving.
Dat had tot gevolg gehad dat in 2006 Tamaqua Borough in Pennsylvania de eerste gemeente werd in de USA die de rechten van de natuur wettelijk erkende.(19) Hier had men zich gerealiseerd dat de bestaande wetgeving in de USA bedrijven begunstigt en dat het werkt in het nadeel van lokale gemeenschappen die een gezonde omgeving voor zichzelf en hun nakomelingen willen veiligstellen.
De conclusie was, dat de lokale gemeenschap zichzelf alleen met succes kon verdedigen door de manier waarop de wetgeving de natuur beschouwde te veranderen en door lokale wetten aan te nemen, die de fundamentele en onvervreemdbare rechten van de ecologische gemeenschappen zouden erkennen en boven die van bedrijven zouden stellen.(20)  Tamaqua Borough, bijgestaan door de Community Environmental Legal Defense Fund (CELDF) – een organisatie die zich ten doel stelt om duurzame gemeenschappen te vormen door mensen te helpen bij het uitoefenen van hun recht op zelfbestuur en het vastleggen van de rechten van de natuur –  nam daarom als eerste gemeente in de USA die de rechten van de natuur op in de lokale wetgeving.
Dit beek het begin van een beweging voor de rechten van de natuur op lokaal niveau, want daardoor geïnspireerd hebben inmiddels meer dan dertig dorpen en steden in de USA verspreid over de acht staten  - Pennsylvania, Ohio, New Mexico, New York, Maryland, New Hampshire, Californië, en Maine - lokale verordeningen aangenomen die de rechten van de natuur en van ecosystemen erkennen.(21)
In November 2010 werd de stad Pittsburgh in Pennsylvanië (met meer dan 300,000 inwoners) de eerste grote gemeente in de USA dat de rechten van de natuur erkende. Daar nam men een wet aan die stelde: “Natuurlijke gemeenschappen en ecosystemen, inclusief, maar niet beperkt tot (…) watersystemen, bezitten onvervreemdbare en fundamentele rechten om te bestaan en te floreren binnen de stad Pittsbrugh. Inwoners van de stad zullen de legale status krijgen om toe te zien op het respecteren van die rechten namens die natuurlijke gemeenschappen en ecosystemen en indien nodig die te verdedigen.”(22) Steeds meer gemeenten beginnen dit nu ook in overweging te nemen, omdat het steeds duidelijker wordt dat de bestaande milieuwetten niet in staat zijn, en ook nooit bedoeld waren, om de natuur te beschermen. In haar artikel ‘From Local to National: Recognizing Legal Rights for Nature — How Do We Get There?’ benadrukt Mari Margil van CELDF het belang van het feit dat een ingrijpende culturele verandering zoals de verandering van de relatie van mensen en de natuur samengaat met een verandering in wetgeving. “De geschiedenis laat ons zien hoe een culturele verandering kan leidden tot een verandering in wetgeving en hoe op een vergelijkbare manier veranderingen in wetgeving kunnen leiden tot een verandering in de cultuur.”(23)

 

Het eerste land – Ecuador
Al voor de opstelling van de Universele Verklaring voor de Rechten van Moeder Aarde, was Ecuador het eerste land dat officieel de rechten van de natuur in de grondwet vastlegde. Tijdens een referendum in september 2008 stemde een grote meerderheid van de bevolking voor de grondwet die de rechten van de natuur wettig erkent. Dat wil zeggen, het wettige recht van de natuur om te bestaan en om in staat te zijn om de natuurlijke cycli, de natuurlijke structuren, natuurlijke functies en processen te handhaven. In het nawoord van de tweede druk van zijn boek Wild Law, dat in 2011 verscheen, schrijft Cormac Cullinan, dat de Fundation Pachamama (een NGO die zich bezig houdt met kwesties rond milieurecht en de rechten voor inheemse volken in Ecuador) Thomas Linzey en Mari Margil van CELDF uitnodigden om naar Ecuador te komen. Daar ontdekten zij, dat het idee voor de legale erkenning van de Rechten van de Natuur direct resoneerde, omdat het geheel in overeenstemming was met het wereldbeeld van de inheemse bevolking.(24) Als resultaat van de samenwerking tussen inheemse volken en milieuorganisaties in Ecuador, gesteund door CELDF en  een aantal leiders, onder wie Alberto Acosta, werd de tekst voor de nieuwe grondwet opgesteld.(25)
Het voorwoord van de grondwet verwijst expliciet naar de intentie van de bevolking van Ecuador om de samenleving voor de inwoners zo vorm te geven dat ze kunnen leven in harmonie met de natuur voor het creëren van welzijn, dat gedefinieerd wordt met de term buen vivir en sumak kausay (‘living well’). De grondwet legt uit dat buen vivir vereist dat individuen, gemeenschappen, volken en landen effectief aanspraak kunnen maken op hun rechten en hun verantwoordelijkheden zullen nemen binnen het kader van interculturaliteit, respect voor diversiteit en harmonieuze samenleving met de natuur.” (art. 275)(26)
De grondwet stelt dat mensen, legale entiteiten zoals bedrijven en de staat specifieke verplichtingen hebben om de Rechten van de Natuur te respecteren en stelt dat deze rechten wettig kunnen worden opgelegd. Alle Ecuadoriaanse mannen en vrouwen zijn bovendien verplicht om “de rechten van de natuur te respecteren, een gezonde omgeving in stand te houden en om natuurlijke hulpbronnen op een redelijke, levensondersteunende en duurzame manier te gebruiken” (art. 83 (6)). Bovendien heeft iedere persoon, gemeenschap, volk of land het recht om van overheidsinstellingen te eisen om de Rechten van de Natuur te erkennen. (27)
De grondwet geeft de staat de opdracht om actief buen vivir te promoten, dat wil zeggen om “manieren van productie die de kwaliteit van leven voor de mensen verzekeren” te promoten en om “die (manieren van productie) die die rechten of de rechten van de natuur bedreigen te ontmoedigen…” (art. 319). Kortom, het opnemen van de Rechten van de Natuur heeft direct ook economische consequenties, want, zo schrijft Cormac Cullinan, het verplicht Ecuador om te streven naar welzijn voor mensen op een manier die de Rechten van de Natuur niet bedreigt, in plaats van onbegrensde groei van het BNP na te streven.(28) Ecuador heeft volgens hem de discussie voor eens en voor altijd verandert, omdat de vraag of het wel of niet mogelijk is om de Rechten van de Natuur op te nemen in het juridische systeem is beantwoord. Nu is het volgens hem de vraag hoe we deze ideeën elders ook kunnen invoeren en hoe we het overheidssysteem moeten aanpassen om het effectief te maken.(29)

 

De huidige economie
De ingrijpende veranderingen in de wereldeconomie van de afgelopen decennia hebben in de periode voorafgaand aan de bijeenkomst in april 2010 in Bolivia ook een belangrijke rol gespeeld. De westerse economie is al meer dan 500 jaar gebaseerd op het westerse wereldbeeld, dat niet het leven zelf maar de (westerse) mens centraal stelt en de mens boven de natuur plaatst. In de huidige praktijk betekent dit dat niet alleen de natuur geen rechten heeft, maar dat de meeste juridische systemen naast mensen ook commerciële bedrijven als rechtspersonen erkennen, waardoor ook ondernemingen wettig erkende rechten hebben.
Echter, sinds de oprichting van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) in 1995 zijn door de  internationale handelsverdragen de rechten van internationale ondernemingen enorm uitgebreid. Als gevolg daarvan hebben we wereldwijd nu te maken met een situatie waarbij milieuwetten, die tot doel hadden om hun handelsactiviteiten te reguleren om duurzaamheid te verzekeren, zijn ondermijd en ondernemingen rechten blijken te hebben, waardoor zeer extreme vormen van exploitatie legaal zijn, en internationale bedrijven legaal de natuur kunnen vernietigen. De nieuwe regels staan toe dat ondernemingen de planeet plunderen.(30) Met als enige doel om maximale winst te maken worden op die manier op dit moment wereldwijd ecosystemen legaal vernietigt.
Sinds we te maken hebben met dergelijke internationale handelsverdragen, die privatiseren van natuurlijke hulpbronnen, extreme exploitatie en het vergaren van rijkdom promoten, is de relatie van mensen met Moeder Aarde radicaal veranderd. Het heeft er toe geleid, dat de dominante landen op dit moment met elkaar wedijveren om de volledige exploitatie van de Aarde. In hun streven naar snelle economische groei en het verwerven van rijkdom voor individuen en ondernemingen, nemen internationale bedrijven de natuur over en zetten alles om in koopwaar: het water, de aarde, de biodiversiteit en het leven zelf, terwijl de fysieke grenzen van Moeder Aarde, zoals nodig voor natuurlijke regeneratie, volledig worden genegeerd.(31)

Van Terra Madre naar Terra Nullius
Als gevolg hiervan is er sinds 1995 wereldwijd bovendien een ernstige crisis in de democratie ontstaan, want de internationale handelsverdragen hebben ook de bestuurstructuren en besluitvorming veranderd, waardoor een belangrijk deel van de besluitvorming direct of indirect in de handen van multinationals is gekomen.(32) Op basis van internationale handelsverdragen kunnen internationale bedrijven namelijk het land, Moeder Aarde, Terra Madre beschouwen als Terra Nullius – leeg land. Zo’n 500 jaar geleden heette dat kolonisatie, waarbij de Inheemse volkeren beschouwd wereld als niet volledig menselijk en hun land als leeg, Terra Nullius, met als resultaat dat Afrika, Azië en (vooral Zuid) Amerika slechts beschouwd werden als grondstofleveranciers voor de handel van Europa.(33)
Op dezelfde manier als we tijdens de kolonisatie andere mensen van hun vrijheid beroofden door ze tot slaaf te maken, zo wordt nu door het privatiseren en tot handelswaar maken van de natuur ook de natuur van haar rechten beroofd en net als indertijd slaven, gedegradeerd tot wettig eigendom van ondernemingen.  De zogenaamde ‘rechten’ van bedrijven op basis van internationale handelsverdragen, plaatst het eigendomsrecht boven al het andere, beschouwt de rechten van bedrijven als de meest heilige van de eigendomsrechten en maakt mensenrechten en de collectieve rechten van Inheemse volken ondergeschikt aan de rechten van bedrijven.(34)
Het beschouwen van het land, waar dan ook maar ter wereld, als Terra Nullius betekent ruimbaan voor extractivisme. Dat wil zeggen voor mega-infrastructuurprojecten waarbij gebieden binnengedrongen worden met het doel om alles uit de bodem te halen en het water te privatiseren, en waarbij prioriteit gegeven wordt aan onbeperkte economische groei, het maken van  winst en het privé verwerven van grondstoffen en rijkdom boven alle andere waarden.(35) Hierdoor worden niet alleen Inheemse volken verdreven van hun gronden, de voedselsoevereiniteit belemmerd en de sociaalecologische crisis verder verdiept. Het betekent bovendien dat in de praktijk iedereen te maken krijgt met dezelfde situatie waarmee vanaf de kolonisatie alle inheemse volken mee te maken kregen: we worden beschouwt alsof we niet bestaan en alsof het land ‘leeg land is – Terra Nullius.

“Mechanismen voor geschillen tussen investeerders en staten”
In de internationale handelsverdragen zijn bovendien zogenaamde “Mechanismen voor geschillen tussen investeerders en staten” opgenomen, die het mogelijk te maken voor ondernemingen om regeringen die hun grondwet en de democratische wil van hun burgers respecteren, aan te klagen.(36) In haar bestseller To Time, Verander nu, voor het klimaat alles verandert (2014) legt Naomi Klein uit dat dat betekent, dat op grond van die internationale handelsverdragen buitenlandse ondernemingen juridisch een ‘eerlijke en rechtvaardige behandeling’ kunnen eisen. “In feite verschaffen de huidige handels- en investeringsregels wettelijke gronden aan grote buitenlandse ondernemingen om zich te verzetten tegen praktisch alle pogingen, die overheden in het werk stellen om de exploitatie van fossiele brandstoffen te beperken, met name als er al investeerders zijn aangetrokken en de werkzaamheden zijn begonnen,” schrijft ze, “want het opleggen van ‘kwantitatieve beperkingen’ aan het vrije verkeer van goederen is een schending van een essentieel grondbeginsel van het handelsrecht.” Wanneer dergelijke ondernemingen een ‘beperking van de mogelijkheid om winst te maken’ ervaren kunnen ze een aanklacht indienen bij het tribunaal voor investeringsgeschillen van de Wereldbank.(37)
Als voorbeeld noemt ze de situatie toen in de Canadese provincie Quebec een totaalverbod op fracken was afgekondigd. De van oorsprong Amerikaanse olie- en gasmaatschappij Lone Pine Resources verklaarde vervolgens van plan te zijn om een aanklacht in te dienen tegen Canada om een schadevergoeding af te dwingen (…) op grond van de regels met betrekking tot onteigening en ‘eerlijke en rechtvaardige behandeling’ van ondernemingen, die zijn vastgelegd in de NAFTA.(38) Wat dat betekent is dat besluiten van een democratisch gekozen regering kunnen worden beschouwd als illegaal. Want, zo legt ze uit, het moratorium op schaliegas, opgelegd door een democratisch gekozen regering kan dan geïnterpreteerd worden als een ‘arbitraire en illegale intrekking van het recht van de onderneming om olie en gas te winnen onder de rivier de Saint-Lawrence.’
 Op grond van die internationale handelsverdragen kan namelijk aangevoerd worden, dat het besluit was genomen ‘zonder kenbaar publiek belang’ (waarmee bedoeld wordt zonder de intentie om winst te maken) en ‘zonder een cent ter compensatie’ aan de ondernemingen. Dat laatste komt er op neer dat wanneer er democratisch besloten wordt de plannen van dergelijke buitenlandse ondernemingen te verbieden, die bedrijven enorme schadevergoedingen kunnen eisen vooral wanneer er al investeerders zijn aangetrokken en de werkzaamheden al zijn begonnen. In de praktijk komt dat dus neer op de keuze voor overheden tussen het land laten exploiteren met alle gevolgen voor de natuur of een enorm bedrag op te brengen als enige manier om verdere activiteiten te kunnen stoppen, schrijft ze.(39)
Ondanks het feit dat op deze manier het functioneren van democratische processen ernstig wordt aangetast, hebben veel regeringen wereldwijd zich ingespannen tot het sluiten van nog verdergaande handelsakkoorden - zoals het Trans-Pacific Partnership (TPP), het voorgestelde Trans-Atlantisch Vrijhandels- en Investeringsverdrag (TTIP) (begin oktober 2016 werden voorlopig de onderhandelingen hiervoor opgeschort) en honderden regionale en bilaterale verdragen - die bedrijven op hun beurt weer zullen gebruiken tegen de nationale wetgeving van diezelfde regeringen. Deze nieuwe verdragen zijn pogingen om ondernemingen nog meer macht te geven, waarbij er geen plek is voor mensenrechten en rechten van de natuur en waardoor democratieën worden aangetast.(40)
Het goede bericht is, dat er inmiddels wereldwijd steeds meer mensen zich bewust worden van deze bedreiging van de democratie als gevolg van de vrijhandelsverdragen. Bovendien beginnen steeds meer mensen zich te realiseren, dat het echte probleem niet is dat de fossiele brandstofindustrie dankzij de handelsakkoorden overheden kunnen aanklagen, maar dat regeringen en overheden niet terugvechten.(41) Dit heeft de onderliggende crisis in de democratie onthult, die het multinationals mogelijk heeft gemaakt om zelf de wetten te maken waaronder ze opereren – op alle bestuurlijke niveaus, nationaal en internationaal. Het lijkt er op dat de democratische crisis waarin we verzeild zijn geraakt laat zien dat in het kader van de huidige wereldeconomie de belangen van grote ondernemingen om winst te maken niet alleen belangrijker geacht worden dan de democratische wil van mensen, maar zelfs belangrijker geacht worden dan het leven zelf. Het zijn vooral de gevolgen van deze economie die er toe hebben geleid dat het heilige systeem van het leven zo uit balans is geraakt dat alles nu in het bestaan bedreigd wordt. Mede daardoor, zo schrijft Naomi Klein, is de beweging van milieuactievoerders inmiddels veranderd in een brede beweging voor werkelijke democratie waarbij het leven zelf opnieuw centraal wordt gesteld.(42)

Klimaatcrisis en ‘groene economie’
Omdat klimaatverandering een van de consequenties is van deze irrationele economische logica, wordt het duidelijk dat om werkelijk het klimaatprobleem te kunnen oplossen, het vooral ook nodig is om een nieuwe vorm van de economie te creëren. Echter de klimaatonderhandelingen, die gedomineerd werden door de belangen van deze internationale ondernemingen, betroffen in feite het verpakken van het streven naar economische groei  en het uitbreiden van de handelsmarkt in een nieuw jasje onder de verhullende term ‘groene economie’. Het is voorspelbaar dat ook deze ‘groene economie’ , die werd gebracht als de redding van de huidige situatie, destructief zal zijn voor de natuur, want het is gebaseerd op de overtuiging dat de wetten van de economische markt de natuur zullen redden. Deze zogenaamde ‘groene economie’, blijkt in de praktijk slechts de volgende variant van de ‘greed economie’ te zijn, want onder de ambitieuze naam ‘groene economie’ promoten internationale ondernemingen slechts meer van dezelfde: het verder tot handelswaar maken van de natuur.
Het werkelijke doel van de ‘groene economie’ is om de natuur volledig in te lijven als kapitaal, waarbij men onder de term ‘Betaling voor Ecosysteem Diensten’ (PES) nu ook natuurlijke processen van de Aarde tot handelswaar wil maken. Met dat doel worden de specifieke functies van ecosystemen en biodiversiteit geïdentificeerd als ‘ecosysteem diensten’ waar vervolgens een prijskaartje aan kan worden gehangen, zodat het op de wereldmarkt gebracht kan worden als ‘natuurlijk kapitaal’.(43) Op deze manier worden de natuurlijke cycli en de functies van de Aarde zoals CO2, lucht, water, flora en fauna gescheiden en gekwantificeerd door ze te beschouwen als ‘eenheden’ die op de financiële markt verkocht kunnen worden.(44) Het lijkt geen probleem te zijn dat dit meer van hetzelfde is dat de klimaatcrisis veroorzaakte en dat dit het bestaan van de mensheid op het spel zet. (45) Evo Morales, president van de Plurinationale staat Bolivia stelt dan ook dat deze zogenaamde ‘groene economie’ een nieuwe vorm van milieukolonialisme is en in feite de zwarte economie van de dood genoemd zou moeten worden, omdat het neerkomt op de doodstraf voor de volkeren van de wereld.(46)
Dit alles maakt ook duidelijk dat een transformatie naar een wereld die gezond, duurzaam, mooi en in balans is, op dit moment onmogelijk is zonder wettelijk te erkennen dat ook de Natuur rechten heeft, zodat de economische ontwikkelingen die destructief zijn voor het bestaan en de vitaliteit van ecosystemen gestopt kunnen worden.

 

‘Aarde democratie’, een beweging met wortels in India
Op vele plekken wereldwijd hebben de afgelopen decennia parallelle ontwikkelingen plaats gevonden. Als voorbeeld noem ik hier nog het indrukwekkende werk van Dr. Vandana Shiva in India. In India was 1984 het jaar van het geweld in Punjab en van de ramp in Bhopal. Vandana Shiva  besloot dat dit geweld vroeg om een paradigma verschuiving in de praktijk van de landbouw. Als het resultaat van een zoektocht naar geweldloze landbouw die biodiversiteit, de Aarde en de kleine boeren beschermt, richtte ze in 1984 de organisatie Navdanya op.(47)
Vandana Shiva  komt onder andere op voor de miljoenen boeren in India die enorme problemen hebben vanwege de monopolies op genetisch gemanipuleerd en vervolgens gepatenteerd zaad en het privatiseren van water door internationale ondernemingen. Haar filosofie daarbij is gebaseerd op het tijdloze concept dat mensen deel zijn van Vasudhaiv Kutumbakam, de Aarde gemeenschap. “Wanneer we onszelf beschouwen als inwoners van de Aarde gaan we voorbij aan het antropocentrisme, wat op dit moment bedrijfsantropocentrisme is geworden, waarbij internationale ondernemingen rechten en de status van rechtspersoon claimen, en de rechten van alle wezens en mensen ontkennen. Onszelf beschouwen als inwoners van een planeet en als één mensheid, heeft diepe betekenis in deze tijd van heerschappij van internationale ondernemingen en hun gedachteloze en wrede vernietiging van alles dat het leven in de natuur en de samenleving onderstunt en handhaaft, ” schrijft ze in haar boek Earth Democracy: Justice, Sustainability and Peace (2005). In haar visie vloeien mensenrechten voort uit Aarde rechten. Het geweld dat de Aarde en mensen aangedaan wordt via landbouwsystemen die lijken op een oorlog, kan volgens haar alleen worden gestopt als we vrede maken met de Aarde. De eerste stap bij het sluiten van vrede is het erkennen van de Rechten van de Aarde, de Rechten van de Natuur en de Rechten van alle wezens, de miljarden organismen in de grond die zorgen voor de vruchtbaarheid van de grond, en de miljoenen biodiverse soorten die ons voedsel geven.(48)
De activiteiten van Navdanya zijn inmiddels een onderdeel van wat Vandana Shiva  ‘Aarde Democratie’ noemt, een begrip dat ze bedacht om te verwijzen naar een groeiende tegenbeweging. Ze legt uit dat in de transitie naar een voedsel- en landbouweconomie van duurzaamheid en overvloed, waarbij de Aarde centraal staat, onverschilligheid vervangen wordt door menselijke zorg, geweld vervangen wordt door geweldloosheid en schaarste, honger en ziekte vervangen wordt door overvloed en welzijn.(49) En voor zorg, zo stelt ze, is intimiteit nodig en dus een gevoelsmatige band met een plek. Dat is waarom gedecentraliseerde, op kleine boerenbedrijven gebaseerde, biodiverse en ecologische voedsel- en landbouwsystemen vitaal zijn voor een toekomstige economie die het welzijn van de Aarde en de mensen beschermt.(50)
Op dit moment werkt Navdanya in India samen met de staten Uttarakhand, Kerala, Madhya Pradesh, Jharkhand, en Bihar aan een transformatie naar biologische landbouw. Het doel is dat India volledig biologisch is in het jaar 2050 om op deze manier de epidemie van zelfmoorden onder boeren, honger en ondervoeding te kunnen beëindigen, de erosie van de grond, biodiversiteit en water te stoppen, duurzame middelen van bestaan te creëren en een einde te maken aan armoede.(51)
De beweging voor Aarde Democratie is als een tegenbeweging niet alleen in India, maar overal verspreid over de hele wereld aan het ontstaan, onder verschillende namen en met verschillende accenten. Het wordt gevormd door mensen die hun gemeenschappelijke land, natuurlijke hulpbronnen, middelen van bestaan, vrijheid, waardigheid en identiteit terugeisen, en de beweging geeft vorm aan alternatieven gebaseerd op geweldloosheid, vrede, rechtvaardigheid en duurzaamheid, waarbij mensen onderdeel zijn van de Aarde gemeenschap.(52) “De Aarde Democratie bewegingen zijn de gevechten van de mensen die benadeeld en uitgesloten zijn, en streven, om hun overleving veilig te stellen, naar het bewaren van de balans in de natuur. Bewegingen voor ecologie en  rechtvaardigheid bieden de wereld een toekomst door zich in te spannen om de fundamentele rechten op de natuurlijke hulpbronnen van de Aarde veilig te stellen. Het zijn bewegingen van marginale gemeenschappen die de voordelen van de door handel geleide economische globalisatie moeten missen, maar die daar wel alle kosten van dragen. Ze keren het proces van het behandelen van ontwortelde mensen als wegwerpmensen, ” schrijft Vandana Shiva. “Aarde Democratie is een geweldloze reactie op een oorlog die ons allemaal, inclusief de overwinnaars dreigt te vernietigen. (…) Deze bewegingen zijn klein, maar ze groeien. Het zijn locale bewegingen, maar hun succes ligt in hun niet-lokale invloed.”(53)
“Een van de redenen voor het succes van de Aarde Democratie bewegingen,” schrijft Cormac Cullinan, “is dat ze zich opnieuw hebben verbonden met culturele inzichten over de heilige aspecten van zaad, voedsel, water en land die er bestonden in het preconsumenten tijdperk.” Het zijn nieuwe organisaties en benaderingen die mensen opnieuw verbinden met een eeuwenoud gevoel van identiteit en vervulling binnen de heilige gemeenschap van leven.(54)

 

Dat alles en nog heel veel meer kwam in april 2010 samen in Bolivia
Na de Klimaattop in Kopenhagen(COP15) in december 2009, was het voor veel klimaat- en milieu actievoerders en wetenschappers van over de hele wereld duidelijk dat het Akkoord van Kopenhagen in plaats van een bijdrage aan een overeenstemming, die de mensheid en de Aarde zou beschermen tegen de verwoestingen als gevolg van de klimaatveranderingen, een grote stap achterwaarts was. De rijke landen, die verantwoordelijk waren voor de klimaatcrisis, hadden niet hun verantwoordelijkheid genomen, er waren geen bindende afspraken gemaakt om de uitsloot van broeikasgassen te beperken en het Akkoord van Kopenhagen bevatte onvoldoende doelen om de meest getroffen landen en volken financieel te steunen. De visies van inheemse volken waren genegeerd, en er was geen aandacht besteed aan de achterliggende oorzaken van de klimaatverandering. Kortom, het betekende geen gedeelde visie voor de lange termijn, geen nieuwe pad, geen verandering in de relatie tussen mensen en de natuur, laat staan aandacht voor het Grote Werk of aandacht voor de Rechten van Moeder Aarde.
De uitnodiging van Evo Morales om naar de Wereld Volksconferentie over Klimaatverandering en de Grondrechten van Moeder Aarde te komen, was dan ook voor veel mensen, die zich realiseerden dat we ons als mensheid en als planeet op een kruispunt bevinden, een belangrijk alternatief. Voor veel mensen was het duidelijk dat als we doorgaan op het huidige pad, we onze eigen overleving en de overleving van alle toekomstige generaties op het spel zetten, maar tegelijkertijd was het voor velen van hen de vraag hoe het huidige systeem werkelijk zou kunnen worden veranderd en wat een betere manier, een alternatief zou kunnen zijn. Voor vele Inheemse volken, die systematisch buitengesloten waren, was de uitnodiging van Evo Morales een welkome gelegenheid om zich zo toch te kunnen laten horen. Zij zagen de bijeenkomst in Bolivia ook als een mogelijkheid om zich verder te verenigen en om zo goed mogelijk te kunnen komen met een voorstel voor “Living well”,  en dus met een belangrijk alternatief op weg naar harmonie met de natuur en respect voor het leven.
Er was al een begin gemaakt met een voorlopige tekst voor de Universele Verklaring voor de Rechten van Moeder Aarde en in de maanden voorafgaand aan de Wereld Volksconferentie werden er door maar liefst 17 werkgroepen verder aan de tekst voorbereid. Dat maakte het mede mogelijk dat er tijdens de 3 dagen van Wereld Volksconferentie in Bolivia een grote diversiteit aan individuen, waaronder de vertegenwoordigers van inheemse volken van over de hele wereld, klimaatactivisten, natuur- en milieubeschermers, vertegenwoordigers van de beweging voor Aarde Democratie, activisten voor voedselsoevereiniteit, sociale organisaties, advocaten, wetenschappers en delegaties van regeringen, een gemeenschappelijk voorstel voor de Universele Verklaring voor de Rechten van Moeder Aarde opgesteld kon worden. Deze tekst werd op 22 april, de Internationale Dag voor Moeder Aarde, feestelijk aan de 35.000 aanwezigen gepresenteerd.
De daar aangenomen Verklaring betreft de kern van de wereldwijde crisis - de ongezonde relatie tussen mensen en de natuur - en stelt in plaats daarvan dat Moeder Aarde en alle wezens rechten hebben vanwege het simpele feit dat ze bestaan. Daarom hebben ze onder andere het recht op water als bron van leven, het recht op volledige gezondheid en het recht op volledig herstel van de schendingen van deze en vele andere rechten. Op deze manier plaatst de Verklaring de Aarde en het leven zelf weer terug in het centrum.
De Verklaring vormt het een geloofwaardig manifest voor de opkomende beweging voor de Rechten van de Natuur, verenigt vele verschillende groepen en maakt het mogelijk om brede coalities te vormen gebaseerd op de gedeelde visie van het belang om de Rechten van de Aarde te erkennen. Het opent bovendien de deur naar hernieuwde waardering voor de eeuwenoude inzichten van Inheemse volken. Want niet alleen is het wereldbeeld van Inheemse volken vanaf het begin een zeer belangrijke inspiratie geweest voor beweging voor de Rechten van de Natuur, het maakt ook duidelijk, dat wij, mensen uit de dominante samenlevingen, veel kunnen leren van Inheemse volken die een eeuwenlange ervaring hebben met leven in harmonie met de natuur om goed te leven.
En bovenal, biedt De Universele Verklaring een positieve visie voor de toekomst, want het maakt de essentiële verschuiving mogelijk van de focus gericht op  protestacties tegen de plannen en acties van uitbuiters, naar positieve initiatieven om gemeenschappen te creëren in harmonie met de natuur en daarbij op basis van liefde voor het leven de verantwoordelijkheid te nemen om de rechten van alle leden van de Aarde gemeenschap te verdedigen.

Op 20 april 2011 presenteerde de Algemene Vergadering van de VN een Interactieve Dialoog rond het thema ‘Manieren om een holistische benadering voor duurzame ontwikkeling in harmonie met de natuur te promoten’. Milieuadvocaat Cormac Cullinan en Vandana Shiva introduceerden daar de Universele Verklaring voor de Rechten van Moeder Aarde en pleitten voor de overname van de Verklaring door de VN.

Iedereen kan de petitie voor de VN om de Universele Verklaring voor de Rechten van Moeder Aarde over te nemen, tekenen door naar deze website te gaan.

In deel 2 van dit artikel zal ik de stormachtige ontwikkelingen van de snelgroeiende wereldwijde beweging voor de Rechten van Moeder Aarde die er sindsdien is ontstaan beschrijven.

 

------------------------------------------------------------------------------------------

De Universele Verklaring van de rechten van Moeder Aarde

Aangenomen op 22 April, 2010 – De Internationale Dag van de Aarde – tijdens de Wereld Volksconferentie over Klimaatverandering en de Grondrechten van Moeder Aarde, in Cochabamba, Bolivia

Voorwoord
Wij, volken en landen van de aarde:
= We erkennen dat we allemaal deel zijn van Moeder Aarde, een ondeelbare, levende gemeenschap van onderling verbonden en onderling afhankelijke wezens met een gemeenschappelijk lot;
We erkennen in dankbaarheid dat Moeder Aarde de bron is van leven, voedsel en leren en dat zij ons alles verschaft wat we nodig hebben om goed te kunnen leven;
= We realiseren ons dat het kapitalistische systeem en alle vormen van plundering, exploitatie, misbruik en vervuiling grote vernietiging, afbraak en ontwrichting van Moeder Aarde hebben veroorzaakt, waardoor het leven zoals we dat nu kennen in gevaar is gebracht door verschijnselen zoals klimaatverandering;
= We zijn er van overtuigd dat in een onderling afhankelijke gemeenschap het niet mogelijk is om de rechten van alleen mensen te erkennen zonder een onbalans met Moeder  Aarde te veroorzaken;
= We stellen dat om mensenrechten te garanderen het nodig is om de rechten van Moeder Aarde en alle wezens die een onderdeel van haar vormen te erkennen en dat er culturen, manieren en wetten bestaan om dat te doen;
= We zijn ons bewust van de dringende noodzaak om zelfverzekerde, collectieve actie te ondernemen om de structuren en systemen die klimaatverandering en andere dreigingen voor Moeder Aarde hebben veroorzaakt, te transformeren;

= We hebben deze Universele Verklaring van de Rechten van Moeder Aarde opgesteld en roepen de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties op om dat over te nemen, als een gemeenschappelijk door alle volken en alle landen van de wereld te bereiken ideaal, en met het doel dat ieder individu en iedere instelling de verantwoordelijkheid neemt om het respecteren van de rechten zoals beschreven in deze Verklaring[...] verder bekend te maken via onderwijs, educatie en bewustwording en om door snelle en voortvarende maatregelen en mechanismen, op nationaal en internationaal niveau, de universele en daadwerkelijke erkenning en naleving er van door alle volken en landen in de wereld te garanderen.

Artikel 1 Moeder Aarde
1. Moeder Aarde is een levend wezen.
2. Moeder Aarde is een uniek ondeelbaar, zelfregulerende gemeenschap van onderling verbonden wezens die  alle wezens ondersteunt, bevat, en steeds weer opnieuw voortbrengt.
3.  Ieder wezen wordt gedefinieerd door zijn of haar relatie als een integraal onderdeel van Moeder Aarde.
4. De inherente rechten van Moeder Aarde zijn onvervreemdbaar aangezien ze voortkomen uit dezelfde bron als het bestaan.
5. Moeder Aarde en alle wezens kunnen aanspraak maken op alle inherente rechten die erkend worden in deze Verklaring zonder enig onderscheid, zoals zou kunnen worden gemaakt tussen organische en anorganische wezens, soorten, oorsprong, nut voor mensen, of welke andere status dan ook maar.
6. Net zoals mensen mensenrechten hebben, hebben ook alle andere wezens rechten die specifiek zijn voor hun soort of type en passend voor hun rol en functie binnen de gemeenschappen waarbinnen ze leven.
7. De rechten van ieder wezen worden beperkt door de rechten van andere wezens en ieder conflict tussen hun rechten moet worden opgelost op een manier die de integriteit, balans en gezondheid van Moeder Aarde handhaaft.

Artikel 2 De Inherente rechten van Moeder Aarde
a) het recht om te leven en te bestaan;
b) het recht om gerespecteerd te worden;
c) Het recht tot herstel van de biocapaciteit en het behoud van vitale kringlopen en processen, vrij van ontaarding door menselijk ingrijpen;
d) Het recht tot handhaving van de identiteit en integriteit van de verschillende, zelfregulerende levens in wisselwerking met de anderen;
e) het recht op water als een bron van leven;
f) het recht op schone lucht;
g) Het recht op volledige gezondheid;
h)  het recht om vrij te zijn van besmetting, vervuiling, en van giftige en radioactieve afvalstoffen;
i) Het recht om vrij te zijn van verandering of verstoring van haar genetische structuur, die haar integriteit en vitaal en gezond functioneren bedreigt;
j) Het recht op snel en volledig herstel van de schade die het gevolg is van schending van de rechten die in deze Verklaring staan en die veroorzaakt is door menselijke activiteiten.
2. Ieder wezen heeft het recht op een plek en om zijn of haar rol te spelen bij het harmonieus functioneren van Moeder Aarde.
3. Ieder wezen heeft het recht op welzijn en om te leven vrij van marteling of wrede behandeling door mensen.

Artikel 3 De verplichtingen van de mens aan Moeder Aarde
1. Ieder mens is verantwoordelijk voor het respectvol behandelen en in harmonie leven met de Aarde
2. Ieder mens, alle staten en alle publieke en privé instellingen moeten:
a) handelen in overeenstemming met de rechten en verplichtingen, zoals gesteld in deze Verklaring;
b) de volledige toepassing en naleving van de rechten en verplichtingen, zoals gesteld in deze Verklaring, erkennen en bevorderen;
c) deelnemen aan het leren, het analyseren, het interpreteren en communiceren over hoe te leven in harmonie met Moeder Aarde, zoals opgesteld in deze Verklaring;
d) er zorg voor dragen dat het streven naar menselijk welzijn bijdraagt aan het welzijn van Moeder Aarde, nu en in de toekomst;
e) effectieve normen en wetten opstellen en toepassen ter verdediging, bescherming en behoud van de rechten van Moeder Aarde;
f) de integriteit van de vitale ecologische cycli, processen en balans van Moeder Aarde respecteren, beschermen, handhaven en waar nodig herstellen;
g) garanderen dat de schade veroorzaakt door menselijke schendingen van de inherente rechten, zoals gesteld in deze Verklaring, wordt gecorrigeerd en dat degenen die het veroorzaakt hebben verantwoordelijk gehouden worden het herstel van de integriteit en gezondheid van Moeder Aarde;
h) mensen en instellingen stimuleren om de rechten van Moeder Aarde en van al haar wezens te verdedigen;
i) voorzorgsmaatregelen en beperkende maatregelen instellen om te voorkomen dat menselijke activiteiten het uitsterven van soorten, de vernietiging van ecosystemen of het verstoren van ecologische kringlopen veroorzaken;
 j) vrede garanderen en nucleaire, chemische en biologische wapens elimineren;   
k)  manieren om Moeder Aarde en alle wezens te respecteren bevorderen en ondersteunen, in overeenstemming met hun eigen culturen, tradities en gebruiken;
 l) economische systemen bevorderen die in harmonie zijn met Moeder Aarde en in overeenstemming met de rechten, zoals gesteld in deze Verklaring;

Artikel 4 Definities
1)  De term “wezen” verwijst ook naar ecosystemen, natuurlijke gemeenschappen, soorten en alle andere natuurlijke entiteiten die bestaan als onderdeel van Moeder Aarde.
2)  Niets in deze Verklaring beperkt de erkenning van andere inherente rechten van alle wezens of van specifieke wezens.

------------------------------------------------------------------------------------------


Gebruikte bronnen

Websites:

De website van de april 2010 Conferentie in Bolivia
World People's Conference on Climate Change and the Rights of Mother Earth Building the People's World Movement for Mother Earth. Op deze website staat de volledige tekst van de Universele Verklaring in het Engels en Spaans:

De website van de Global Alliance for Rights of Nature
A worldwide movement creating human communities that respect and defend the rights of Nature.

De website Rights of Mother Earth met de petitie
Hier is de volledige tekst van de Universele Verklaring in het Engels, Frans, Spaans, Russisch, Roemeens, Portugees, Italiaans en Duits

Het Akkoord der Volkeren: Wereld Volksconferentie over Klimaatverandering en de Grondrechten van Moeder Aarde, 22 april 2010, Cochabamba, Bolivia.

De documentaire United Natures: a United Nations of all species; juni 2013.



Literatuurlijst
Acosta, Alberto, ‘Ecuador’s Challenge: Rights of Mother Earth or the Continued Colonization of Nature’, in Tom B.K. Goldtooth and Shannon Biggs, editors, Right of Nature & Mother Earth, Sowing Seeds of Resistance, Love and Change, November 29th, 2015.
Barlow, Maude and Meera Karunananthan, ‘The Global Water Crisis Demands a Paradigm Shift’, in Tom B.K. Goldtooth and Shannon Biggs, editors, Right of Nature & Mother Earth, Sowing Seeds of Resistance, Love and Change, November 29th, 2015.
Biggs, Shannon, When Rivers Hold Legal Rights, 17 april, 2017.
Conant, Jeff and Anne Petermann, ‘No Rights of Nature, No Reducing Emissions: REDD, el Buen Vivir, and the Standing of Forests’, in Tom B.K. Goldtooth and Shannon Biggs, editors, Right of Nature & Mother Earth, Sowing Seeds of Resistance, Love and Change, November 29th, 2015.
Cullinan, Cormac, Wild Law, A Manifesto for Earth Justice (2002/2011), Green Books, Totnes, Devon.
Cullinan, Cormac, ‘Changing the Terrain: The Significance of Rights of Nature for Environmental and Social Activism’, in Tom B.K. Goldtooth and Shannon Biggs, editors, Right of Nature & Mother Earth, Sowing Seeds of Resistance, Love and Change, November 29th, 2015.
Deen, Thalif, ‘VN Conventie moet rechten van Moeder Aarde hard maken’, 25 mei, 2011.
Dikkenberg, Bart van den, ‘Moeder Aarde krijgt rechten met steun VN’, 23-04-2010.
Fidler, Richard, ‘Evo Morales historic speech at the Isla del Sol’ [21 dec. 2012], January 11, 2013.
Fidler, Richard, How Bolivia is leading the global fight against climate disaster , oct. 2014.
Goldtooth, Tom B.K.  and Shannon Biggs, editors, Right of Nature & Mother Earth, Sowing Seeds of Resistance, Love and Change, November 29th, 2015.
Goldtooth, Tom B.K. , ‘Indigenous Rights and Rights of Mother Earth: One Voice, One Mind, One Heart, One Spirit’, in Tom B.K. Goldtooth and Shannon Biggs, editors, Right of Nature & Mother Earth, Sowing Seeds of Resistance, Love and Change, November 29th, 2015.
Klein, Naomi, To Time, Verander nu, voor het klimaat alles verandert (2014), De Geus, Breda.
Margil, Mari, ‘From Local to National: Recognizing Legal Rights for Nature — How Do We Get There?’ in Tom B.K. Goldtooth and Shannon Biggs, editors, Right of Nature & Mother Earth, Sowing Seeds of Resistance, Love and Change, November 29th, 2015.
Lake, Osprey Orielle, ‘The Earth Community Economy in 2016’, in Tom B.K. Goldtooth and Shannon Biggs, editors, Right of Nature & Mother Earth, Sowing Seeds of Resistance, Love and Change, November 29th, 2015.
Plant, Pennie Opal, We Are All Related – working together to fight fossil fuels.
Sheehan, Linda, ‘Water in the Green Economy: “Legal Rights for Waterways” ‘, in Tom B.K. Goldtooth and Shannon Biggs, editors, Right of Nature & Mother Earth, Sowing Seeds of Resistance, Love and Change, November 29th, 2015.
Shiva, Vandana, Earth Democracy: Justice, Sustainability and Peace (2005/2016), ZED Books, London.
Shiva, Vandana, ‘Beyond Fossilized Paradigms: Futureconomics of Food”, in Tom B.K. Goldtooth and Shannon Biggs, editors, Right of Nature & Mother Earth, Sowing Seeds of Resistance, Love and Change, November 29th, 2015.
Solón, Pablo, ‘At the Crossroads Between Green Economy and Rights of Nature’ in Tom B.K. Goldtooth and Shannon Biggs, editors, Right of Nature & Mother Earth, Sowing Seeds of Resistance, Love and Change, November 29th, 2015.
Vries, Marja de,  De Hele Olifant in Beeld, 2007, Ankh-Hermes, Deventer.
Vries, Marja de,  Samenlevingen in Balans, 2014, Ankh-Hermes, Utrecht.

 

Noten
(1) ‘The Stillheart Declaration on the Rights of Nature’ oct. 2013 in Tom B.K. Goldtooth and Shannon Biggs, editors, Right of Nature & Mother Earth, Sowing Seeds of Resistance, Love and Change, November 29th, 2015; at http://www.movementrights.org/resources/RONME-SowingSeeds.pdf )
(2) idem
(3) idem
(4) ‘There are an estimated 370 million Indigenous peoples throughout the world, distributed in perhaps 5,000 communities scattered across more than 70 countries, all of which have maintained different ways of life in harmony with nature.’ Zie Group 7: Indigenous peoples, February 7, 2010; at https://pwccc.wordpress.com/category/working-groups/07-indigenous-peoples/)
(5) Pennie Opal Plant, We Are All Related – working together to fight fossil fuels; at http://www.lushusa.com/article_we-are-all-related-article.html?cm_re=BFFFF-_-r1c34-_-article
(6) Zie de volledige tekst van het Akkoord der Volkeren: Wereld Volksconferentie over Klimaatverandering en de Grondrechten van Moeder Aarde, 22 april 2010, Cochabamba, Bolivia; at https://www.ncpn.nl/klimaat-recht/cochabamba.htm
(7) Akkoord der volkeren
(8) Pennie Opal Plant, We Are All Related – working together to fight fossil fuels; at http://www.lushusa.com/article_we-are-all-related-article.html?cm_re=BFFFF-_-r1c34-_-article
(9) Maude Barlow and Meera Karunananthan, ‘The Global Water Crisis Demands a Paradigm Shift’, in Tom B.K. Goldtooth and Shannon Biggs, editors, Right of Nature & Mother Earth, Sowing Seeds of Resistance, Love and Change, November 29th, 2015; a new report for the Paris climate talks!; at http://www.movementrights.org/resources/RONME-SowingSeeds.pdf
(10) Indigenous Rising, An Indigenous Environmental Netwerk (IEN) project; at http://indigenousrising.org/about/
(11) Cormac Cullinan, Wild Law, 2011, p. 186
(12) idem, p. 186
(13) idem, p. 187, 190
(14) Mari Margil, ‘From Local to National: Recognizing Legal Rights for Nature — How Do We Get There?’ in Tom B.K. Goldtooth and Shannon Biggs, editors, Right of Nature & Mother Earth, Sowing Seeds of Resistance, Love and Change, November 29th, 2015; a new report for the Paris climate talks!; at pdf:  http://www.movementrights.org/resources/RONME-SowingSeeds.pdf
(15) Cormac Cullinan, Wild Law, 2011, p. 11
(16) idem, p. 11
(17) idem, p. 7; 11
(18) idem, p. 183
(19) Mari Margil, ‘From Local to National: Recognizing Legal Rights for Nature — How Do We Get There?’ in Tom B.K. Goldtooth and Shannon Biggs, editors, Right of Nature & Mother Earth, Sowing Seeds of Resistance, Love and Change, November 29th, 2015; a new report for the Paris climate talks!; at http://www.movementrights.org/resources/RONME-SowingSeeds.pdf
(20) Cormac Cullinan, Wild Law, 2011, p. 184
(21) idem, p. 184;  Mari Margil, ‘From Local to National: Recognizing Legal Rights for Nature — How Do We Get There?’ in Tom B.K. Goldtooth and Shannon Biggs, editors, Right of Nature & Mother Earth, Sowing Seeds of Resistance, Love and Change, November 29th, 2015; a new report for the Paris climate talks!; at http://www.movementrights.org/resources/RONME-SowingSeeds.pdf
(22) Mari Margil, ‘From Local to National: Recognizing Legal Rights for Nature — How Do We Get There?’ in Tom B.K. Goldtooth and Shannon Biggs, editors, Right of Nature & Mother Earth, Sowing Seeds of Resistance, Love and Change, November 29th, 2015; a new report for the Paris climate talks!; at http://www.movementrights.org/resources/RONME-SowingSeeds.pdf
(23) idem
(24) Cormac Cullinan, Wild Law, 2011, p. 185
(25) idem, p. 185
(26) idem, p. 185
(27) idem, p. 185
(28) idem, p. 185
(29) idem, p. 10
(30) Vandana Shiva, Earth Democracy, 2005/2016, p. viii, ix
(31) Tom B.K. Goldtooth, ‘Indigenous Rights and Rights of Mother Earth: One Voice, One Mind, One Heart, One Spirit’, in Tom B.K. Goldtooth and Shannon Biggs, editors, Right of Nature & Mother Earth, Sowing Seeds of Resistance, Love and Change, November 29th, 2015; a new report for the Paris climate talks!; at http://www.movementrights.org/resources/RONME-SowingSeeds.pdf
(32) Vandana Shiva, Earth Democracy, 2005/2016, p. viii
(33) idem, p. xxv
(34) ‘The Stillheart Declaration on the Rights of Nature’ oct. 2013 in Tom B.K. Goldtooth and Shannon Biggs, editors, Right of Nature & Mother Earth, Sowing Seeds of Resistance, Love and Change, November 29th, 2015; a new report for the Paris climate talks!; at http://www.movementrights.org/resources/RONME-SowingSeeds.pdf
(35) idem
(36) Vandana Shiva, Earth Democracy, 2005/2016, p. x
(37) Naomi Klein, No Time, 2014; p. 401
(38) Sinds 1994 geldt de Noord Amerikaanse Vrijhandelsovereenkomst (NAFTA) tussen de USA, Mexico en Canada.
(39) Ook toen het Keystone XL-project in april 2014 opnieuw werd uitgesteld, dreigde er een mogelijke eis tot schadevergoeding op grond van de NAFTA. (Naomi Klein, No Time, 2014; p. (40) Vandana Shiva, Earth Democracy, 2005/2016, p. x
(41) Naomi Klein, No Time, 2014; p. 402
(42) idem, p. 403
(43) Pablo Solón,’At the Crossroads Between Green Economy and Rights of Nature’ in Tom B.K. Goldtooth and Shannon Biggs, editors, Right of Nature & Mother Earth, Sowing Seeds of Resistance, Love and Change, November 29th, 2015; a new report for the Paris climate talks!; at http://www.movementrights.org/resources/RONME-SowingSeeds.pdf
(44) The Stillheart Declaration on the Rights of Nature’ oct. 2013 in Tom B.K. Goldtooth and Shannon Biggs, editors, Right of Nature & Mother Earth, Sowing Seeds of Resistance, Love and Change, November 29th, 2015; a new report for the Paris climate talks!; at http://www.movementrights.org/resources/RONME-SowingSeeds.pdf
(45) Alberto Acosta, ‘Ecuador’s Challenge: Rights of Mother Earth or the Continued Colonization of Nature’, in Tom B.K. Goldtooth and Shannon Biggs, editors, Right of Nature & Mother Earth, Sowing Seeds of Resistance, Love and Change, November 29th, 2015; a new report for the Paris climate talks!; at http://www.movementrights.org/resources/RONME-SowingSeeds.pdf
(46) Richard Fidler, ‘Evo Morales historic speech at the Isla del Sol’ [21 dec. 2012], January 11, 2013; at http://lifeonleft.blogspot.nl/2013/01/evo-morales-historic-speech-at-isla-del.html
(47) http://www.navdanya.org/site/component/content/article?id=2
(48) Vandana Shiva, ‘Beyond Fossilized Paradigms: Futureconomics of Food”, in (Tom B.K. Goldtooth and Shannon Biggs, editors, Right of Nature & Mother Earth, Sowing Seeds of Resistance, Love and Change, November 29th, 2015; a new report for the Paris climate talks!; at http://www.movementrights.org/resources/RONME-SowingSeeds.pdf
(49) idem
(50) idem
(51) idem
(52) Cormac Cullinan, Wild Law, 2011, p. 182
(53) Vandana Shiva, Earth Democracy, 2005/2016, p. 61
(54) Cormac Cullinan, Wild Law, 2011, p. 182